
Het leven moe is een boekje over een weduwe, geschreven door een weduwe, en bedoeld voor duizend weduwen. Detlev van Heest schreef het, over de het laatste levensjaar – schat ik, er worden geen concrete data gegeven – van Lousje Voskuil-Haspers. Zij was de vrouw van Han, de schrijver J.J. Voskuil, en hij was heel erg met haar getrouwd in het openbare leven. Weinig schrijvershuwelijken heeft de Nederlandse lezer de afgelopen 30 jaar zo intiem leren kennen als dat van Han en Lousje.
Van Heest is daarentegen Voskuils literaire weduwe: veel jonger dan de schrijver, maar in diens laatste jaren nauw met hem bevriend. Hij is ook een schrijver wiens werk in veel opzichten op dat van Voskuil lijkt, in het zelfonderzoek van een man die aan de marge van de samenleving wil leven, en de laatste jaren is hij medeverantwoordelijk voor het verbijsterend nauwkeurige notenapparaat bij de dagboeken van Han Voskuil.
En alle duizend lezers – Het leven moe verscheen in kleine oplage – die zich dit boekje aanschaffen, zullen zich ook niet verweesd voelen, want een vaderfiguur was Voskuil waarschijnlijk voor niemand, maar wel verweduwd, want hij schrijft aan zijn lezer als aan een intieme gelijke.
Steeds nauwer
Voskuil was de schrijver van de kleine wereld. Als er al scenes buitenshuis zijn, dan spelen die zich over het algemeen af binnen de grachtengordel. De kring van mensen blijft ook heel erg constant. Dat blijft in de teksten van Van Heest zo. Als er een keer iemand anders langs komt bij Lousje, is het de kleindochter van Jaap Oversteegen, de man die model stond voor Paul in Bij nader inzien en van wie we nu te horen krijgen dat Lousje verliefd op hem was. Maarten en Nicolien Koning voelen zich in het hele oeuvre heel links, maar die linksheid uit zich toch eerder in lange discussies of je nu PvdA of PSP moet stemmen dan in de neiging om de wijde wereld in te gaan en daar mensen te helpen.
In de hoofdstukjes van Het leven moe wordt de wereld van de negentiger Lousje Voskuil nog steeds wat kleiner. Han is er niet meer, Lousje wil het huis eigenlijk niet meer uit, ze wordt ook steeds vergeetachtiger op een manier die doet denken aan de moeder van Nicolien. Steeds nauwer wordt de kring om haar heen tot ze aan het einde sterft.
Van waarde
De tekst bestaat vooral uit dialogen tussen Van Heest en Voskuil. Hij zit heel knap in elkaar, al weet ik niet zeker of een lezer die niet bekend is met de binnenhuisjesschrijfkunst van Voskuil zou weten wat ze aanmoet met deze oude dame die soms net te veel borrels heet en van wie de zorgen verder voornamelijk uitgaan naar poezen.
Het allermooist vind ik misschien wel de foto's die Michèle Baudet maakte in het huis waar Lousje Voskuil eerst heel lang met haar man woonde en daarna alleen. Op die foto's is te zien dat Han Voskuil nog alomtegenwoordig is. Niet alleen doordat er op veel foto's ergens wel een portret van hem te zien is (ik kan me voorstellen dat die er nog niet allemaal stonden toen hij zelf nog in dat huis woonde), maar op sommige foto's zie je dat zijn stropdassen er nog hangen, dat er nog een afgebladderde kaart van de Auvergne ligt, en dat er in de boekenkasten eigenlijk alleen maar boeken staan die Voskuil zelf in handen moet hebben gehad, en dat dan eerder in de twintigste dan in de eenentwintigste eeuw. Het zijn ontroerende foto's van een binnenhuis waarvan je enerzijds ziet dat het waarschijnlijk nu de bewoners dood zijn, ongenadig zal zijn uitgeruimd, gewit, opgeknapt en voor heel veel geld verkocht, maar anderzijds hoe alles wat daar stond voor de bewoners ooit van waarde moet zijn geweest.
Het waren hun eigen spulletjes en de eigen spulletjes van oude mensen hebben iets ontroerends.
Reacties