Eva Meijer. Een woord voor. Cossee, 2026.

 


Kun je een roman bekritiseren om de erin verkondigde ideeën? Ik geloof dat dit voor veel lezers not done is: een roman is een kunstwerk, geen praatstuk. Maar wat moet je dan als een roman zo duidelijk geformuleerd is rondom die ideeën?

Een boek als Een woord voor van Eva Meijer. Er zit wel een sóórt verhaal in: het Nederlands verdwijnt, of althans, de Nederlandse woordenschat. Een voor een vallen de woorden weg. Mensen herinneren zich ze ineens niet meer, op de bladzijden waar ze stonden is nu een witte vlek. Er worden ook een paar van die mensen gevolgd: een dichteres, een taalkundige, een minister-president, een houtbewerker. De eerste en de laatste hebben zelfs een relatie met elkaar. Liefde! En toch krijg je niet de indruk dat iemand wordt meegesleept door dat verhaal. Vooral ook de schrijver zelf niet. 

Spectrum

De ideeën dus. Het gaat over een pandemie, zoals in Stad der blinden van José Saramago of, buiten de literatuur, tijdens de corona-pandemie. Er zitten ook allerlei verwijzingen naar recente gebeurtenissen, die nooit echt satirisch zijn, al zouden ze dat wel kunnen zijn. Als het woord geel wegvalt, ontstaat er strijd tussen de aanhangers van zon uit de Randstad en de aanhangers van kaas van het platteland. En er wordt in het algemeen nagedacht over het wegvallen van communicatie en onderling contact, en dat het verdwijnen van het Nederlands daar misschien een voorbeeld van is.

Maar mij stoort enorm dat de schrijver helemaal niet zo goed over taal heeft nagedacht. Het Nederlands, dat zijn dus kennelijk vooral woorden. Als die woorden verdwijnen, dan verdwijnt, zegt de verteller, regelmatig, een manier om je tot de werkelijkheid te verhouden. Wat verdwijnt er dan als geel verdwijnt? 'De kleur zelf natuurlijk niet', en inderdaad blijken de geel- en kaas-aanhangers allebei nog steeds een naam te zoeken voor een bepaald deel van het kleurenspectrum. 

Kelder

Een woord, zou ik zeggen, bestaat uit twee stukjes: een verzameling klanken (die je ook als letters kunt opschrijven) en een idee. Dat idee verdwijnt dus kennelijk niet, anders zouden mensen waarschijnlijk een deel van wat vroeger geel heette voortaan oranje noemen en een ander deel groen. Ze zouden het spectrum anders opknippen. Maar als het idee 'geel', het idee dat dit een stukje uit het spectrum is dat we willen benoemen, blijft bestaan, hoezo verandert dan eigenlijk de werkelijkheid van de sprekers? Ze moeten alleen een nieuwe vorm vinden om erover te communiceren.

En dat label, wat is dat dan eigenlijk? In het boek zijn namen als John (zo heet de minister-president) en woorden als computer veilig 'omdat ze Engels zijn'. Maar niemand spreekt die in het huidige Nederlands op zijn Engels uit. Dat zou heel aanstellerig klinken. Ze zijn met andere woorden vernederlandst. Is dat dan niet erg? Maar zijn man en hand dan wel veilig? Of alle woorden die we ooit uit het Latijn hebben geleend (wijn, kaas (!), kelder) en die alleen maar nog iets meer de tijd hebben gehad om zich aan te passen.

Luie fantasie

Ook de taalwetenschapper in Een woord voor heeft een onzinnige taak. Zij is specialist op het gebied van verdwijnende woorden, haar proefschrift ging over 'woorden die tijdens het interbellum verdwenen zijn'. Maar er zijn toen helemaal geen woorden verdwenen! Althans, er zijn vast woorden in onbruik geraakt, maar voor zover ze tot de standaardtaal behoorden zijn ze altijd weer op te halen, en soms gebeurt dat ook. Alsnog was toen ik een kind was een ouderwets woord, op zijn retour, en inmiddels is het helemaal terug.

Een logischer adviseur in de door Meijer geschetste tijden zou een etymoloog is geweest. De verteller is dol op etymologieën, bij bijna ieder woord dat er verdwijnt vertelt hen even in eigen woorden de etymologiebank na. Maar precies die etymologie zou kunnen helpen! De oude vormen, en de vormen in verwante talen verdwijnen niet, dus als droom wegvalt, zou een etymoloog met enige handigheid dat woord zo weer kunnen herstellen.

Is dit allemaal niet flauw? We hebben het hier toch over fictie, en die is toch per definitie niet waar?  Ja, maar het gaat om fictie die dus speelt met ideeën, en een vorm van science fiction. Dan is het toch wel aardig, zou je zeggen, als de schrijver zich een beetje inleest in de science in kwestie. En een beetje beter nadenkt over hoe de wereld in elkaar zit. Daar had Meijer dus kennelijk geen zin in. Het voelt een beetje aan als een luie fantasie.

Reacties