Esperantisten zijn in de regel natuurlijk eigenwijze mensen. Ze leven onveranderlijk temidden van andere mensen die het onbegrijpelijk vinden dat iemand een taal leert die zo weinig mensen spreken, een ideaal nastreeft dat zo duidelijk achterhaald lijkt. Wie vreemde reacties wil voorkomen, zou hooguit stiekem Esperanto leren, maar stiekem een taal leren, daar heb je niks aan.
Hetajro dancas ('Een hetaere danst') is de autobiografische roman van Eli Urbanová (1922-2012) uit 1995. Ze was voor die tijd al enigszins bekend als dichteres – om gedichten te schrijven in die taal moet je wel heel volhardend zijn, want esperantisten lezen net als de meeste andere mensen meestal geen gedichten – maar dit boek was haar doorbraak.
Het is dan ook een opmerkelijk boek, om te beginnen door de stijl. Het bestaat uit korte hoofdstukjes, die min of meer chronologisch geordend zijn, en ieder steeds een facet van Urbanová's leven laten zien, in steeds een net wat andere stijl, waaraan je ook kunt aflezen dat hier een dichteres aan het werk is, proza dat zoveel aandacht heeft voor de taal dat het soms lastig te vertalen is:
Amo... Kiel mi povis dubi pri tio, ke ĝi ekzistas. Ami, ne enamiĝo, kiu emanas kiel nekara parfumo. (...) Amo diference de pasio, kiu pasos.
De inhoud hiervan is niet heel bijzonder:
Liefde… Hoe had ik eraan kunnen twijfelen dat zij bestaat. Liefde — niet verliefdheid, die vervliegt als een goedkope parfumgeur. (…) Liefde, in tegenstelling tot hartstocht, die voorbijgaat.
Maar het gaat om het spel met woorden en klanken (enamiĝo, emanas, pasio, pasas). In andere paragrafen schrijft ze juist toneelmatig, of is er een regel die steeds terugkomt.
Maar het opmerkelijkste is waarschijnlijk wel de inhoud: een vrouw die in 1922 geboren is, was 73 in 1995, en ze neemt als thema haar liefdesleven dat voor haar voor een groot deel gelijk valt met haar seksleven: van alle mannen met wie ze heeft verkeerd, wordt ons verteld hoe ze in bed waren. Haar echtgenoot Stefan was een sadist (en wilde dat ze haar naam op zijn geslacht tatoueerde), haar grote liefde Jan, wist haar met aanraking tot grote hoogte te brengen, van de derde liefde in haar leven, Ernesto, beschrijft ze diens geslacht. Maar vóór Ernesto, als Jan overleden is, neemt ze, in communistisch Tsjechië, haar toevlucht tot seksspeeltjes:
Traŭmato, afekcia fiksaĵo, libido, seksa malsato, erotomanio, nomu tion, kiel vi volas. Sur la lipojn al mi trudiĝas obscenaj esprimoj. Kion kun tio, kion kun tio? Kiel al si konsili? Kiel al si konsili sen la “eksterordinara mano” de Jan? Al mi venis ideo uzi irigatoron hereditan de sinjorino Šeflová. Mi trovis ĝin en ŝia ĉambro inter tolaĵo. Ĝi estis tre masiva, ne kiel duŝiloj aĉeteblaj ĉe ni. La parto, kiun oni ŝovas en vaginon, estis el glata ebone nigra materialo. Ĝi estis modere levita supren kaj formita kiel peniso. Sur la kontraŭa fino ĝi estis garnita per larĝa guma kolumeto, kiu servis kiel stopilo. Elasta balono de brikruga koloro memori-gis – ĉe iom da fantazio – viran sakon. Stimulaj tuŝoj, oscilado, rulaj movoj, frapetoj ĝis frapoj – mi konstatis, ke ĝi estas perfekta incitilo. Kaj la “kopulacion”, kiu post tiu ĉi spontanea preparo sekvis, mi mem povis direkti, la puŝojn mildigi, gradigi, akceli, kia avantaĝo!
Trauma, affectieve fixatie, libido, seksuele onverzadigdheid, erotomanie — noem het zoals u wilt. Op mijn lippen drongen zich obscene uitdrukkingen op. Wat daarmee te doen, wat daarmee te doen? Hoe mezelf te troosten? Hoe mezelf te troosten zonder de “buitengewone hand” van Jan? Ik kreeg het idee een irrigator te gebruiken die mevrouw Šeflová had nagelaten. Ik vond hem in haar kamer tussen linnengoed. Hij was zeer massief, niet zoals de douches die bij ons te koop zijn. Het deel dat men in de vagina schuift, was van glad, ebbenhoutzwart materiaal. Het was matig naar boven gebogen en gevormd als een penis. Aan het tegenovergestelde uiteinde was het voorzien van een brede rubberen ring, die als afsluiter diende. Een elastische ballon van baksteenrode kleur deed — met wat fantasie — denken aan een mannelijke balzak. Stimulerende aanrakingen, schommelingen, rollende bewegingen, van tikjes tot stoten — ik stelde vast dat het een volmaakte prikkel was. En de “copulatie” die na deze spontane voorbereiding volgde, kon ik zelf sturen: de stoten verzachten, geleidelijk opvoeren, versnellen — wat een voordeel!
Dit is overigens de passage die het dichtst in de buurt komt van pornografie. Ik geloof niet dat de schrijfster pornografische bedoelingen had, niet de bedoeling om iemand op te winden. Haar interesse in seks is voor haar net zo vanzelfsprekend als haar interesse in liefde: niet iets om zich voor te verontschuldigen of om weg te moffelen en eigenlijk ook niet iets om breed uit te meten. De oudere dame kijkt terug op een leven waarin ze altijd van seks heeft gehouden, meer niet.
Zoals ook feminisme geen duidelijke rol speelt. Uit wat ze schrijft over de scheiding van Stefan – die haar betrapt had met Jan – wordt duidelijk dat in de Tsjechische communistische samenleving formeel mannen en vrouwen gelijkberechtigd waren – Stefan had meer geld maar dat kwam vooral doordat hij uit een rijkere familie kwam en zelf ouder was –, maar dat zal maatschappelijk vast nog niet op alle manieren geregeld zijn geweest. Maar voor Eli persoonlijk lijkt dat allemaal geen punt te zijn geweest: ze heeft wel van alles met mannen te stellen, maar dat was voor haar geen maatschappelijke kwestie. De mannen zijn onbetrouwbaar, of drinken te veel, of hebben perverse fantasieën. Nou ja, dat is dan maar zo, en Eli is er absoluut geen slachtoffer van. Zelfs een scene waarin ze min of meer wordt aangerand of verkracht door een kennis, wekt niet de indruk van slachtofferschap – het is vervelend.
Zoals ook de keuze voor het Esperanto als schrijftaal volkomen vanzelfsprekend lijkt. Urbanová is in de jaren vijftig in het Tsjechisch gedebuteerd, maar daarna heeft ze alleen nog in het Esperanto geschreven. Waarom? Daar besteedt ze geen woord aan, je moet het zelf raden. Misschien vond ze de taal fijner om in te schrijven, misschien heeft het te maken met het feit dat ze zichzelf in de eerste plaats als internationalist zag.
Ze was iemand die leefde in de kring van mensen die ze kende. Het communisme, het feminisme, de idealen van de Esperanto-beweging, die raakten haar allemaal niet zozeer als een paar mensen in haar omgeving.
Reacties