In de Angelsaksische letteren bestaat iets dat elders vrijwel ontbreekt: het idee van het 'well made' toneelstuk, gedicht, roman. De schrijver van wie de voornaamste ambitie is om iets intelligents te maken, iet wat vernuftig in elkaar zit, waarmee de lezer zich kan onderhouden, waar je over na kunt denken. Het is geen literatuur in de continentale zin – er is niets gekwelds en ook niet per se iets vernieuwends – maar schrijver en lezer hebben wel allebei hun koppie erbij.
Er is trouwens in de angelsaksische letteren ook een grote overloopcategorie tussen dit soort boeken en de échte literatuur: van Ben Elton tot Zadie Smith en Ian McEwan, als het om romans gaat.
Ellen de Bruin schrijft in Nederland zulke boeken. De butler van God is misschien wel het beste voorbeeld. Het zijn boeken die zich afspelen in min of meer intellectuele romans (de een is psychiater, de ander tekent cartoons in 'de kwaliteitskrant'), het heeft een plot, en een opgeruimde toon, terwijl tegelijkertijd er allerlei grote problemen worden aangeraakt, zoals de klimaatcrisis. Het is een van de pakkendste boeken die ik de afgelopen maanden gelezen heb.
De characters zijn eerder personages dan personen, in de zin dat ze geen eigen wil hebben, maar door de schrijvershand duidelijk zichtbaar worden voortbewogen – ze zijn niet op de wereld omwille van zichzelf, maar omwille van het verhaal. In De butler van God springt de schrijver ook economisch met ze om: de ene vriend van de vader werkt samen met de moeder, de ander is een vriend van de dochter. Een andere dochter heeft weer een bevlieging voor een meisje dat een verhouding heeft gehad met een jongen die een aanslag heeft gepleegd waarbij de moeder gewond is geraakt.
Het is heel prettig om zulke boeken te lezen, het zijn handtheatertjes waar de schrijver duidelijk de personages neerzet en ze beweegt om een goed verhaal te vertellen. Het zijn boeken die het genoegen vieren van het lezen, van het schrijven en van de taal en al haar mogelijkheden.

Reacties