ay Mogen we nog een beetje leven? van Arnon Grunberg. Wat is er aan de hand? Heeft hij nog wel zin in dat schrijven?
Het is als je door je oogharen kijkt een kernmerkend essay voor Grunberg. Hij neemt een klassieke tekst: zoals hij eerder de Lof de zotheid bijvoorbeeld als uitgangspunt nam, is dat nu de Bergrede. Die staat achterin het boek ook integraal afgedrukt, en tegen het eind van het boek, komt Grunberg ook heus nog tot interessante gedachten. Hij ontwikkelt, zoals hij ook zelf observeert, ideeën die in zijn hele oeuvre zitten, bijvoorbeeld dat er niet zo veel verschil is tussen de zondebok en de verlosser:
Ik heb dit bij mijn eigen zoon mogen zien. Ruim twee jaar leefde hij met een konijn waarop hij zijn liefde en zijn aggressie botvierde, dat hem troost bood op al die momenten dat zijn ouders hem weer eens teleurstelden, maar op een dag, toen hij al een paar maanden drie was, verloor hij het konijn op straat en hij heeft er nooit meer naar gevraagd. Ik heb meer om zijn konijn gerouwd dan hij.
Deze passage is stilistisch een van de beste, al is ook deze stilistisch niet heel strak ('mogen zien'?), maar regelmatig vervalt Grunberg in passages die volkomen uit de bocht vliegen en die de jonge Grunberg nooit zo had laten staan. Nadat hij eerst de theorie van Omri Boehm over Abraham heeft beschreven – die zou de opdracht van God om zijn zoon Isaac te offeren nooit hebben willen slachtofferen, omdat hij meende dat de (goddelijke) wet dat je je kinderen niet vermoordt boven een opdracht van God staat, en daarmee zou Abraham de eerste universalist zijn, vervolgt hij als volgt:
De Abraham van Omri Boehm is een totaal andere Abraham dan die van de Deense filosoof Søren Kierkegaard, die een heel boek over het offer van Abraham geschreven heeft, waarin hij zichzelf geen makkelijke uitwegen toestaat, zoals de juistheid van de overlevering in twijfel trekken. De juistheid van de overlevering in twijfel trekken is wat mij betreft een makkelijke uitweg, al zal dat veel theologen en sommige rabbijnen, die niets anders hebben gedaan dan dat, tegen de borst stuiten.
Vervolgens gaat het dan over Kierkegaards beeld van Abraham. Het feit dat die zich 'geen makkelijke uitwegen toestond' (lelijk zinsdeel), komt verder niet aan de orde, dus dat is een zijpad, en dat een van die uitwegen bestaat uit 'de juistheid van de overlevering in twijfel trekken', is daar een zijpad in. De volgende zin herhaalt dat zijpad met de overbodige toevoeging 'wat mij betreft', en daarna wordt er een zijpad van een zijpad ingeslagen: dat dit theologen en rabbijnen tegen de borst zal stuiten. Tussen die twee wordt het onduidelijke en functieloze onderscheid gemaakt dat het zal gaan om 'veel' theologen en 'sommige' rabbijnen, zoals dan ook nog op niets af wordt gezegd dat deze theologen en rabbijnen 'niets anders hebben gedaan dan dat'.
Er staan met andere woorden twee woorden in deze alinea die daadwerkelijk een functie hebben in het betoog: Søren en Kierkegaard. Verder lijkt het alsof de schrijver maar gewoon heeft opgetypt wat er toevallig in zijn hoofd opkomt. En dat allemaal heeft laten staan toen duidelijk werd wat de lijn was.
Dat leest allemaal heel onrustig. Nog een passage als voorbeeld. Grunberg heeft net aangelegd dat we, volgens Huizinga, het spel een belangrijk element is van onze cultuur, maar dat tegelijkertijd de term ('het is maar') spel iets pejoratiefs heeft, met verschillende voorbeelden ('een player is geen serieuze minnaar, spielerei is niet serieus schrijven, spelen is niet ernstig leven') en dan schrijft hij:
Men wil geen speler zijn omdat men ertoe wil doen. Alleen in het voetbal en het tennis mag men speler zijn en er toch toe doen, en hoewel voetbal weleens met oorlog is vergeleken zegt de hedendaagse voetbaltrainer graag: 'Het is maar een spelletje.' Helemaal als hij op het punt staat om ontslagen te worden. Of al ontslagen is.
Dat sportmensen nog wel spelers genoemd worden, heeft geen functie in de rest van het betoog. Dat voetbal weleens met oorlog vergeleken is, is daar een zijpad van, net zoals het niet heel interessante citaat van de 'hedendaagse voetbaltrainer', en dat grapje over het ontslag is daar weer een zijpad in. De laatste zin 'Of al ontslagen is', slaat dat toch al niet heel leuke grapje nog een keer extra dood.
Dit zijn, toegegeven, twee passages, waarbij me die overbodige uitwijdingen en flauwiteiten opvielen, maar ze zijn wat mij betreft exemplarischer dan het wel geslaagde verhaaltje over het konijn van Grunberg jr.
Opvallend bij dit alles is dat het essay op de keper nauwelijks ingaat op de Bergrede. Jezus speelt wel een belangrijke rol, en dan vooral in zijn rollen als Zoon, als Mensenvisser, als Revolutionair, als Zondebok/Messias, maar volgens mij had dit essay voor dit alles net zo goed, en misschien wel beter, verkocht kunnen worden als een commentaar bij het passieverhaal als bij de Bergrede. Ook in dit opzicht wekt het boek de indruk dat de schrijver, om welke reden dan ook, heeft bedacht: laat ik een essay schrijven, we zien wel waar we zien waar we uitkomen, maar op geen enkel moment afstand genomen om wat uitweidingen te schrappen en te zien of wat er op het eind uitkomt wel te maken heeft met het beginuitgangspunt.
Als spielerei is het tegelijkertijd ook niet heel geschikt, want ook daarvoor is het te weinig geconcentreerd.
Het beste stuk van het boek is wat mij betreft de namenlijst aan het eind, omdat Grunberg daar aan iedere naam nog een alinea toevoegt, met soms algemene en soms persoonlijke informatie. Daar klinkt wat mij betreft nog af en toe de jonge Grunberg, die er nog niet met de pet naar gooide:
Donald Trump (1946). 45ste en 47ste president van Amerika. Wil naar eigen zeggen Amerika weer groot maken en zichzelf. Langdurige discussies of hij een fascist is of niet hebben zijn populariteit niet geschaad. Wil net als eerder Cees Nooteboom en Harry Mulisch. graag een Nobelprijs winnen. Trump kan dat in theorie nog lukken.
Grunberg is een schrijver van wie ik altijd alles lees, iemand die grappig kan zijn én slim én ontroerend én prikkelend. Maar in dit boek lijkt het net alsof hij het allemaal niet meer volhoudt.
Reacties