Eli Urbanová. El mia buduaro. Fonto, 2001

 


Waarom schrijven mensen gedichten in het Esperanto? De Tsjechische Eli Urbanová raakte in haar bundel El mia buduaro een volgens mij veelvoorkomend motief:  zodat de geliefde het niet leest.

Nur li neniam

Laǔdire mi verkis sufiĉe da poemoj.
Laǔdire la verkado al mi damaĝas.
Laǔdire li ne deziras, ke mi verku pri li...

Jen kial mi laboris super la kolekto
El mia buduaroeres
pli malpli sekrete.
(....)

Kaj legos tiun odon homoj
en Italio, Brazilo, Kanado,
nur li neniam...


(Alleen hij nooit:  Naar verluidt heb ik genoeg gedichten geschreven. / Naar verluidt schaadt het schrijven mij. / Naar verluidt wil hij niet dat ik over hem schrijf... // Dat is waarom ik min of meer in het geheim / aan de bundel Uit mijn boudoir werkte // (....) En mensen zullen die ode lezen / in Italië, Brazilië, Canada, /alleen hij nooit...)

Het is een van de weinige gedichten in de bundel die niet rijmt en ook verder behalve van een onderverdeling in regels weinig gebruik maakt van klassieke poëtische middelen: een ode aan iemand die niet wil dat er odes aan hem geschreven worden.

Urbanová is, vind ik, een van de interessantere dichters geweest uit de Esperanto-geschiedenis. Ze rijmde dat het een aard had, op een manier die haar gedichten (net als het idee van een boudoir) iets klassieks geven, iets eerder negentiende-eeuws dan eenentwintigste-eeuws, ook al is Uit mijn boudoir op de rand van die laatste eeuw verschenen. 

Als je het gedicht in isolatie leest zou je kunnen veronderstellen dat de dichteres ook een vrouw was die geneigd was zich te plooien: als hij het niet wil, doe ik het niet, of hooguit stiekem. Maar wie de rest van de bundel leest, wie de rest van haar werk kent, weet dat dit te ingewikkeld was. Haar werk gaat voor een groot deel over haar verhouding tot mannen, en dat is een verhouding die bestond uit liefde en lust, van háár kant, en waarin de afhankelijkheid minstens ook de andere kant op werkte. De hetaere speelt een belangrijke rol in haar werk, maar dan wel een hetaere die zelf de regels bepaalt.

In Uit mijn boudoir kijkt een inmiddels bijna tachtigjarige hetaere terug. De hij in Alleen hij nooit is de derde 'prins' uit haar liefdesleven, een van de drie grote liefdes (na meneer Urban, met wie ze een tijd ongelukkig getrouwd is geweest). Ze aanbad die man, zijn lichaam en geest, maar om te voorkomen dat er gedoe zou ontstaan schreef ze haar ode over hem in het Esperanto. 

Reacties