Elisa Pesapane. Odysseus en de verdronkenen en de geredden. Zoetzuur, 2026.



Je hebt op sommige doordeweekse dagen op de camping misschien de neiging om het te vergeten, maar kunst herinnert je er dan weer aan: alles loopt in alles over. Het alledaagse in het verhevene. Het kinderlijke in het commerciële. Het hedendaagse in het lang verzonkene. Het Nederlandse in het Etrurische.

Odysseus en de verdronkenen en de geredden van de kunstenares Elisa Pesapane is tegelijkertijd een hervertelling van van Homerus, een verhaal over twee jongetjes die hun moeder, en daarmee 'de mensheid' kwijt zijn en terugvinden bij het zwembad, een zoektocht naar antieke mediterrane cultuur, en een studie van het uiterlijk van Italianen. Het laat vooral zien hoe gelaagd de werkelijkheid is.

Het verhaal begint zo:

Odysseus is boos, boos op zijn moeder.

Ze had hem wijsgemaakt dat in de olijfgaard achter hun huis elke nacht zwijnen in de bomen klommen, die elkaar grappen vertelden, geheimen verklapten en raadsels opgaven. De zwijnen hadden een grote pot Nutella mee, tussen de verhalen door staken ze om de beurt een van hun vieze poten in de hazelnootpasta die ze daarna aflikten.

Ja, dat mag die moeder hen dan hebben wijsgemaakt, maar als ze ineens is verdwenen en Odysseus met zijn naamloze broertje een zoektocht onderneemt, komt die nog even ongeloofwaardige zaken tegen, zoals kannibalistische cyclopenkinderen, een zeemeerman en een nimf die 'rookt als een ketter'. Wat er nu eigenlijk zo ongeloofwaardig is aan zwijnen die in olijfbomen klimmen, weet je aan het eind van het verhaal niet meer.

Het verhaal krijgt een extra dimensie door Pesapane's eigen tekeningen, waarop al die semimythologische figuren er uitzien als mensen, preciezer gezegd, als Italianen zoals je die in een willekeurig dorp in Umbrië kunt tekenen. Doordat Pesapane gebruik maakt van een schetsachtige techniek waardoor je soms niet zeker weet of daar niet inderdaad een man zwemt met een staart, een baby ligt met een enkel, doorgestoken oog, maar de tekeningen trekken het heel wonderlijke verhaal vooral naar het alledaagse, voorop zie je Odysseus en zijn broertje – gewoon twee blonde kinderen die op vakantie zijn in Italië.

Pesapane is zelf van gemengd Nederlands-Italiaanse afkomst, en ze verdeelt haar leven ook over de twee landen. Het is niet zo gek om het verhaal mét de tekeningen te zien als een verbeelding van de manier waarop je met zo'n afkomst en zo'n levensstijl zelf je voortdurend begeeft tussen heel verschillende werelden. Het boek wordt bovendien ook nog eens afgesloten met een afdeling in weer een heel andere stijl, een quasi-commerciële, een gids voor '

Reacties