Gezegend is een cultuur die mensen voortbrengt als Jan Beuving en Ionica Smeets. Mensen die boeken schrijven als De auto, de geit en de wiskunde, misschien wel het wonderlijkste Nederlandstalige boek dat ik dit jaar las. Het is een boek over wiskunde! Maar het is ook een boek over de taal, en dus over het leven.
De kern van het boek is het 'driedeurenprobleem'. In een tv-quiz laat de presentator drie dichte deuren zien. Achter twee deuren staat een geit, die niemand wil. Achter één deur staat echter een mooie nieuwe auto. De kandidaat mag een deur kiezen. Daarna maakt de presentator, die weet achter welke deur de auto zit, één deur open waarachter een geit zit, en vraagt de kandidaat of die wil wisselen. Doet de kandidaat daar verstandig aan? Nee, zegt de intuïtie: er zijn nog twee deuren dicht, iedere deur biedt 50% kans. Ja, zegt de wiskunde: je had 33% kans in het begin, en dat verdubbelt.
Invalide
Er is al heel veel over dat driedeurenprobleem geschreven, en de cabaretier Beuving en hoogleraar Smeets hebben besloten daar nog 99 stukjes aan toe te voegen en die in een boek te doen. Dat getal 99 is ontleend aan de Exercices de style van de Franse wiskundige en schrijver Raymond Queneau, die een eenvoudig verhaaltje op 99 verschillende manieren vertelde, bijvoorbeeld als de omslagtekst van een boek, als verteld door iemand die heel erg twijfelt aan alles, als een ode of in een proza vol Griekse leenwoorden.
Op dezelfde manier schrijven Beuving en Smeets als een telegram, een radioreclame ('Hé, pssst. Wil jij ook wel eens achter een andere deur slapen?'), in een verhaal dat bestaat uit beginzinnen uit de Nederlandse literatuur ('De uitnodiging kwam drie weken geleden en was overdreven gefrankeerd. Het was avond, rond half acht. Men verdrong zich in de, tot kleedkamer ingerichte, eetzaal. De portier is een invalide.'), en zo voort.
Borrelnootjes
Het is hier niet steeds hetzelfde verhaaltje dat wordt verteld, maar alle stukjes gaan op de een of andere manier over het driedeurenprobleem, bijvoorbeeld als een moordverhaal waarin de keuze voor de auto uiteindelijk een ongelukkige blijkt (want er is door een geit of een marter aan de kabels geknaagd), of raadsels die een interessante draai geven aan het probleem, tot en met zelfs een analyse in de Bayesiaanse statistiek die voor de liefhebber is gezet in LaTeX. Of een ingezonden brief van een wiskundige die verontwaardigd op alle mathematische slakken in dit boek zout legt.
Het boek is kortom een door Beuving en Smeets samen opgezet feestje, en de lezer mag ook borrelnootjes komen eten. Achter ieder van de 99 deuren staat weer een andere fascinerende geit.
Nieuw leven
Tegelijkertijd slagen de schrijvers er ook nog in om er wat serieuzere gedachten in te verwerken, bijvoorbeeld in de stukken die in de stijl van Smeets of Beuving geschreven zijn (en van wie je dus vermoedt dat de eerste door Jan en de tweede door Ionica geschreven zijn, zo goed is de pastiche). Het leven is geen wiskundeprobleem. Een mens heeft allerlei redenen om niet de hele tijd van deur te wisselen, maar gewoon zestig jaar bij de eigen man te blijven, en in dezelfde wijk te blijven wonen, ook al weet je rationeel dat ee n wissel een grotere kans op voorspoed en fortuin oplevert. Hoe zit dat?
De auto, de geit en de wiskunde is een boek over wisselwerking, staat er ergens. Maar het is ook een boek over wat je allemaal kunt met taal en wiskunde, als je een zo speelse geest hebt als deze schrijvers. Het is een wonderlijke, maar heel welkome vorm van wetenschapscommunicatie: er wordt niet heel veel wetenschap in uitgelegd, maar er wordt een bepaalde intellectuele houding getoond, een van nieuwsgierigheid en verbazing en hoeveel mooier die het leven maken. De twee zetten zich hiermee in de traditie van Rudy Kousbroek en Hugo Brandt Corstius, die ze zelf ook allebei noemen (er is zelfs een versie van het raadsel zonder de letter e, die noemen ze Battus). Het leek even of die traditie aan het verdwijnen was, maar gezegend een cultuur waar twee zulke veelzijdige mensen die nieuw leven in komen blazen.
Reacties