Maggie Haberman & Jonathan Swan. Regime Change. Inside the Imperial Presidency of Donald Trump. Simon & Schuster, 2026.

 


Donald J. Trump is misschien wel het minst interessante personage in het nieuwe boek Regime Change, waarin de journalisten Maggie Haberman en Jonathan Swan het eerste jaar van zijn tweede periode reconstrueren. Hij vertoont weliswaar wonderlijk gedrag, bijvoorbeeld in het slotinterview met de journalisten, waarin hij zichzelf vergelijkt met onder andere Alexander de Grote, Djenghis Khan, Josef Stalin en Adolf Hitler en vergenoegd vaststelt dat hij veel machtiger is. 

Maar dat is allemaal vooral een vorm van wereldvreemdheid en zoals de journalisten zelf beschrijven laat hij in deze periode alles los, en doet hij waar hij zin in heeft. Het is iemand met weinig interesse in andere mensen, iemand die zichzelf voortdurend opgehemeld wil zien, en iemand met een buitengewoon ordinaire smaak bovendien.

Maar al die mensen om hem heen! Wat drijft hen? Mensen als Marco Rubio of J.D. Vance, die allebei toch niet dom zijn, waarom doen ze dit allemaal? Echt alleen maar om zelf president te worden? President van een puinhoop? 

Regime Change beschrijft heel veel gebeurtenissen in veel detail. En er gebeurt in de regering-Trump voortdurend van alles (als er één ding interessant is aan Trump is het hoe onvoorstelbaar veel energie hij op zijn tachtigste nog lijkt te hebben): Elon Musk die in een paar maanden tijd heel veel overheidspersoneel ontslaat, ICE-agenten die mensen oppakken en twee omstanders ombrengen, bombardementen op Iran, pogingen om juridisch wraak te nemen op tegenstanders van Trump, de moord van Charlie Kirk en de gevolgen daar weer van. 

En dan ontbreekt voor de Europese academicus die dit boek leest nog de aandacht voor de NAVO, de Europese Unie en de aanval op Harvard en andere universiteiten. Het wordt wel aangeraakt maar minder uitgewerkt dan vanuit mijn perspectief – dat is niet eens een klacht, maar een constatering dat zelfs zo'n dik boek niet alles bevat. 


Reacties