Vragen naar het begin van Rozalie Hirs is mijn favoriete dichtbundel van dit jaar. Ze laat er in zien dat je ook over heel abstracte zaken – zoals de werkelijkheid, en de taal, en de relatie tussen taal en werkelijkheid, kunt dichten en wel op zo'n manier dat het mooi is. De schoonheid van de kunst wordt hier gecombineerd met die van de wiskunde, op de manier waarop Wittgenstein dat deed voor de filosofie.
Er staan ook een paar concrete gedichten met heel precieze beelden en woorden die je niet als anders dan mooi kunt zien. 'Door het park' bijvoorbeeld, dat eindigt met de volgende strofe:
onwerkelijk – hoe dit pad oplicht langs eik en iep
van muskuskaasjes- en boskruiskruid zo vol
Maar dit zijn heel atypische regels voor de bundel als geheel. Meer dan de helft van de bundel wordt in beslag genomen door een afdeling die 'Wittgensteins ladder (meditaties)' heet. Zoals de tekst van Ludwig Wittgensteins Tractatus logica-philosophicus zijn de gedichten hier ook genummerd, en bevatten ze allerlei referenties naar met name dat boek.
Tegen het einde van dat boek schrijft Wittgenstein dat degene die zijn werk tot dan toe goed begrepen heeft, nu moet beseffen dat het onzin is, dat hij de ladder moet weggooien waarop hij omhoog geklommen is. Maar Hirs heeft de stukken van de kapotgegooide ladder gepakt en er een kunstwerk van gemaakt. Gedicht 42, 'zoals de wereld ons draagt', bevat bijvoorbeeld een duidelijke parafrase:
het zegbare toont het onzegbare helder op de grens –
alles wat gedacht wordt kan helder gedacht worden –
alles wat gezegd wordt kan helder gezegd –wat taal deelt met de wereld blijft buiten taal
zoals een spiegel zichzelf niet spiegelt en ogen zichzelf niet zien
stappen we niet buiten de grenzen die de taal stelt –buiten is een plaats die onuitspreekbaar blijft –
terwijl de vorm verschijnt zoals de wereld ons draagt –
niet benoemt –
Dit is een abstract gedicht in de zin dat er enerzijds heel grote woorden gebruikt worden zoals 'het onzegbare' en 'de vorm' en als er al een woord staat dat enigszins concreet is, zoals spiegel, dan wordt het metaforisch gebruikt en niet geconcretiseerd (er staat niet 'de bewasemde spiegel van Ikea' of zoiets). Maar tegelijkertijd raakt het gedicht de lezer ook, door de helderheid die het oproept, de eenvoud van de formuleringen die iets heel ingewikkelds proberen uit te drukken.
Belangrijk voor Wittgenstein was de gedachte dat een zin een afbeelding is van de werkelijkheid: de structuur van de zin lijkt op een abstracte manier op de structuur van het deel van de werkelijkheid dat die zin beschrijft. Er zijn wel onzegbare dingen, maar 'daarover moet men zwijgen'. Of dichten, zoals Hirs laat zien: een manier van dingen niet zozeer beschrijven, als wel laten zien.
Wat laat ze dan zien? Onder andere de versplintering. Wittgenstein zou in latere jaren zijn hele project, de poging om de filosofie om te zetten in een verzameling logische formules, later verlaten, hij raakte geïnteresseerder in de zaken die je niet zo kon uitdrukken. Hij gooide als het ware als eerste zijn ladder kapot.
In 'Wittgensteins ladder' zit dat in het gebruik van gedachtestreepjes. Naast een enkel vraagteken is dat het enige leesteken dat Hirs in deze bundel gebruikt, zoals in het aangehaalde fragment en het gedicht hierboven. Het scheidt zinnen en zinsdelen van elkaar af zonder er een logisch verband tussen te leggen. Wat blijkt: juist in die kapotgeslagen vorm worden de heldere gedachten nog helderder.
Een interessant detail daarbij is dat lezers de afgelopen jaren alert zijn geworden op het gebruik van gedachtestreepjes, omdat ze een kenmerk zijn van AI-proza. Ik ken verschillende schrijvers die ze minder zijn gaan gebruiken omdat ze niet de indruk willen wekken dat er hulpmiddelen te pas zijn gekomen aan hun taal. Maar Hirs laat zien dat mensen zelfs aan zo'n streepje een nieuwe betekenis kunnen geven.
Rozalie Hirs is een dichter die alles inzet voor haar werk: haar gedachten, haar taalgevoel, haar gevoel voor ritme, haar fascinatie voor helderheid van denken, haar zorgen over en liefde voor deze wereld. Ze heeft al een stapel mooie bundels geschreven, maar met vragen naar het begin heeft ze zichzelf wat mij betreft overtroffen.

Reacties