Alphons Levens. Bezinning en strijd. Vereniging Ons Suriname, 1971



Toen de dichter Alphons Levens in 2023 overleed, meldde de Werkgroep Caraïbische letteren 'Zijn gedichten hebben een minimum aan poëtische eigenschappen en een maximum aan moraliteit'. Wikipedia nam dat over het minimum over, maar liet de moraliteit erbuiten. Terwijl ik dat van die moraliteit veel duidelijker vindt dan dat van die poëtische middelen.

De DBNL nam Levens debuut uit 1971 op in de Sealy Challenge: Bezinning en strijd. De titel dekt de lading goed: er staan antikolonialistische en antikapitalistische gedichten in, gedichten die kritisch zijn over de oorlog in Vietnam en over de manier waarop Nederland omging met de onafhankelijkheid van Suriname (die in 1975 zijn beslag zou krijgen). Je kunt er natuurlijk over discussiëren wat 'een minimum aan poëtische eigenschappen' behelst, en ik begrijp ook wel dat de gedichten vaak lezen als in stukjes gehakt proza, maar in stukjes gehakt wordt er wel degelijk, en de dichter werkt ook met zaken als parallelle zinsstructuren.

Het volgende is in ieder geval een vrij kenmerkend gedicht (behalve dat hier in het begin ook nog wat rijm inzit):

Frustraties

Een studieboek voor mij,
daarnaast een Surinaamse krant.
Ik tuur op studieletters
mijn hand grijpt naar die krant.
Ik lees krantenberichten,
Mijn hand duwt weg dat boek
en mijn concentratie is zoek.

Hierna lees ik op een vodje
de hierbovenstaande regels
geschreven door mijn hand.

Zou dit mij ooit overkomen zijn,
als ik in mijn land studeerde,
naast mij een hoop Hollandse kranten
voor mij een studieboek….?

Wat is het toch zwaar voor een student
uit de kolonie
om jaren op te offeren voor zijn land
maar dit te moeten doen in het land
dat zijn land als kolonie houdt en uitbuit.

Agressie?

De dichter laat er geen misverstand over bestaan wat hij precies bedoelt – het wordt in de op een na laatste strofe ('wat is het toch zwaar...') heel direct uitgedrukt. Tegelijkertijd drukt die strofe ook pregnant het dilemma uit van een gekoloniseerde intellectueel. Ik moet toegeven dat ik het laatste woord ('agressie') niet goed kan plaatsen, met dat vraagteken.

Mogelijk bedoeldt de werkgroep Caraïbische letteren dat Levens niet uitwas op schoonheid. Bezinning en strijd neem je niet ter hand om eens te genieten van mooie taal. Maar het is wel een document dat geen andere vorm had kunnen hebben dan dat van gedichten – oproepen tot strijd die zich, door de dichterlijke vorm, ook lenen voor bezinning, zelfs vijftig jaar na de onafhankelijkheid van Suriname.

Reacties