Annie M.G. Schmidt. De spin Sebastiaan. De Arbeiderspers, 1966 [1951].



Een intrigerend aspect van het werk van Annie M.G. Schmidt is haar oog voor concrete details. Zodra zij in een gedicht of een sprookje in De spin Sebastiaan een personage introduceert, krijgt deze een naam: 'Dit is de spin Sebastiaan', 'Ik ben Jan Hein, gewoon maar Jan Hein', 'Bovenop de bergentop / woont het mannetje Redderop' zijn een paar voorbeelden van beginnetjes van gedichten in deze bundel.

En hier zijn de eerste drie strofen van 'De tandarts houdt een winterslaap':

De tandarts L.J. Langejaap
houdt in de winter een winterslaap,
hij slaapt al veertien weken.
Hij mompelt alleen zo 's morgens vroeg:
Katrien, ik heb weer geen dek genoeg,
dan krijgt hij nog een deken.

De mensen met een zere kies
(er zijn er negenentachtig precies)
staan op de deur te bonken.
Zij gooien met kiezeltjes tegen de ruit
en roepen: Zeg, komt hij er nog niet uit?
En de tandarts blijft maar ronken.

Want voor hij ging slapen, toen heeft hij gezegd:
't Komt later allemaal wel terecht,
en niemand mag mij wekken.
Ik blijf in mijn bed zolang als ik wil.
Je mag me pas roepen op zeven april,
dan ga ik weer kiezen trekken.
(...)

Niet alleen L.J. Langejaap heeft een naam, maar ook Katrien, over wie we zelfs niets anders te weten komen, behalve dat ze kennelijk 's morgens vroeg een gesprekspartner is voor L.J. Verder komen we ook te weten dat negentachtig mensen ('precies') een zere kies hebben, en op welke dag de winterslaap precies is afgelopen.

Het hoort niet helemaal bij het genre om zoveel details te noemen, maar het heeft hier een bijzonder effect: het maakt het allemaal juist wat irreëler en sprookjesachtiger. Niemand is gebaat bij de informatie hoeveel mensen er 'precies' kiespijn hebben, het is ook helemaal geen motief om een gedicht te lezen dat je geïnteresseerd bent in dat precieze aantal. Als er blijkt dat er sprake is van een drukfout en Schmidt eigenlijk zevenentachtig had geschreven, verandert er niet veel aan de literatuurgeschiedenis. Het is willekeurige precisie.

En precies omdat er die afspraak is dat een gedicht niet gelezen wordt ter wille van precieze informatie over het wel en wee van L.J. Langejaap, krijgen die details iets grappigs.

Daar komt bij dat de eigennamen zelf natuurlijk iets licht absurds hebben. Het feit dat de initialen van L.J. zich weerspiegelen in Lange Jaap is daar een voorbeeld van, maar het geldt niet voor de spin Sebastiaan – daar zit het absurde alleen in het feit dat een spin een naam heeft. En soms zit het ook in de opeenvolging van namen:

Weet je, kinderen, wie dit is?
Dit is Pieter Kizzebis.
Pieter is een vader-muis
met een massa zorgen thuis;
met een vrouw en negen kinderen,
(dat is veel, maar 't mag niet hinderen),
en ze heten, luister goed:
Kriebeltje, Wiebeltje, Snorretoet,
Habbeltje, Dabbeltje, Mieke, Krelis,
Bartholomeus en Cornelis.

Het 'luister goed' is hier het detail dat zo'n strofe boven het gewone uittrekken: de suggestie dat de details niet alleen gegeven worden, maar dat ze heel belangrijk zijn.

Reacties