Bernard ter Haar.Joannes en Theagenes.Eene Legende.Nijhoff, 1838.

Nadat hij in 1838 zijn berijming van het verhaal van Joannes en Theagenes had afgemaakt, kwam Bernard ter Haar erachter dat iemand hem in 1761 al was voorgeweest! Grote schrik! Maar gelukkig bleek dat werk van Wits gepruts, schrijft Ter Haar in zijn begeleidende tekst.

Joannes en Theagenes is een legende over Johannes, de meest geliefde apostel van Jezus, die op latere leeftijd een knappe jonge man adopteert, Theagenes, en deze vervolgens door een zekere Theofilus laat verzorgen. Van die verzorging komt niet veel terecht: Theofilus laat de jongen dopen en gaat ervan uit dat dit voldoende bescherming biedt tegen onheil, maar Theogenes raakt in de armen van een bende, waardoor hij allerlei zondige dingen doet, zelfs de leider van die bende wordt, maar gelukkig wordt hij niet. Als Johannes dit verneemt, zoekt hij de jongen op en bekeert hem opnieuw.

Waarom was Wits bewerking van het verhaal prulwerk? Het staat helaas niet op de DBNL, en omdat ik me buitengaats bevind kan ik het lastig nagaan. Ter Haar volstaat met een voetnoot in zijn toelichting, waarin hij roept 'Men oordeele uit dit enkele staaltje!' en vervolgens geeft hij dan:

Siet tot getuygen neem ik Christum en zijn kerken,
Dat gij met aller vlijt sult op den jong'ling merken:
De Leeraar 't oock beloofd: de Apostel reyst van daer,
En zegd noch in 't Adieu: Ey neemt de Jong'ling waer.

Ik vind het moeilijk te zeggen waarom het nu zo duidelijk is dat dit veel slechter is dan Ter Haar zelf. Die is zelf volgens mij vooral veel langer van stof. Het onderstaande is maar een stukje van dezelfde scene bij Ter Haar:

Nu wenkt de hand het afscheidsteeken;
Nog eens groet hij Theofilus,
En drukt op 't hoofd den broederkus; -
Maar ijlings treedt de jongling nader
En smeekt. ‘Uw zegen nog, mijn Vader!
Door u, voor 't laatst Vaarwel beloofd!
Uw zegen op mijn jeugdig hoofd!’ -
“Uw zegen nog!”’ smeekt thans te gader
De schaar, van de eigen zucht bezield,
En ligt rondom hem neêrgeknield.

Een heleboel is overbodig. Als hij (Joannes) een afscheidsteken 'wenkt' en daarna een broederkus geeft, hoeft er niet meer vermeld te worden dat hij 'groet'. Als de jongling 'Uw zegen nog, mijn Vader!' heeft gesmeekt, zijn de twee regels erna alleen maar een herhaling. Daar kan dus van alles in weg zonder enig verlies aan informatiewaarde, en met het voordeel dat het verhaal wat meer opschiet.

Bij de DBNL zit kennelijk iemand die ons deze zomer wil inpeperen dat we vroeg-negentiende-eeuwse legenden in rijmvorm moeten lezen, maar de drie die we lazen – Jose van Beets, Nederlandsche legenden van Van Lennep en dit Joannes en Theagenes – worden in omgekeerde aangeboden, steeds minder aantrekkelijk. Waar Beets en Van Lennep tenminste doorhadden dat je zo'n verhaal moet invullen met echte details, en moet proberen om duidelijk te maken wat voor mensen hun personages eigenlijk zijn, doet Ter Haar niets van dat alles. Bij Beets en Van Lennep kun je iets navoelen van de aantrekkelijkheid van zondigheid en heidendom, hoe christelijk hun boodschap is, maar bij Ter Haar is het volkomen onduidelijk wat de lol er nu voor Theagenes in zit van te gaan roven. Hij lijkt er vooral ongelukkig mee. Nogal wiedes dat hij zich daarna bekeert.

Ter Haar heeft ook zoveel interessante dingen geschreven. Hij, dode witte man aller dode witte mannen, was veel beter boos dan vroom. Hij schreef in 1850 een van de sterkste anticommunistische gedichten in het Nederlands:

(...)
Hoort, Communisten, hoort! Snelt aan, snelt aan, gij allen!
Naar California! - Ontwijkt bij duizendtallen
Ons stervend werelddeel! - Vlucht naar Amerika!
Dáár wacht u arbeid in haar bosschen neer te houwen!
Dáár ruimte en pleinen om Icaria's te bouwen;
Sticht dáár, wat eens Euroop bewondrend moet aanschouwen,
Uw republiek Utopia!

Of neen! Schrikt wakker uit uw droom, gij droef-verblinden!
Vlucht, vlucht voor d'afgrond, aan welks bloemenrand gij staat!
(...)

Mijn advies voor vandaag: laat de kwezelige Ter Haar liggen en werp u op de korzelige!

 

Reacties