Edgar Cairo's werk komt als een leger mannen op je af. Cairo (1948-2000) had bijzonder veel verschillende oorlogen om te voeren, en hij zette daarvoor alle wapens in die hij in huis had. En dat waren er veel: hij wilde de Surinaamse poëzie, zowel in het Sranan als in het Nederlands naar een hoger niveau brengen, door enerzijds terug te keren naar de wortels van de 'negerpowesie', zoals hij dat noemde, namelijk de eeuwenlange orale traditie van slaafgemaakten, en anderzijds wilde hij aansluiting vinden bij de Nederlandse samenleving waarvan hij deel uitmaakte. Dat was een verwarrend strijdperk waarop hij misschien uiteindelijk ten onder ging, maar waar hij af en toe ook heel indrukwekkende dingen liet zien.
Zijn bundel Lelu! Lelu! Het lied der vervreemding (1984), gekozen voor de Sealy Challenge van de DBNL, was bijvoorbeeld op het eerste gezicht bedoeld als een verzamelbundel van het werk in het Sranan als in het Nederlands, waarbij de Sranan-gedichten voor de gelegenheid door de dichter zelf (soms opnieuw) worden vertaald. Maar het is een verzamelbundel die op alle manieren uit zijn voegen scheurt. Er staat een gigantisch lange inleiding in waarin de hele geschiedenis en de contemporaine staat van de Surinaamse poëzie in alle Surinaamse talen op een uiterst kritische wijze uiteen wordt gezet, waarin een apart hoofdstuk is voor 'Cairo' – die zichzelf dus in de derde persoon bespreekt –, waarin uiteen wordt gezet hoe de ideale Surinaamse poëzie eruit moet zien, dat die bijvoorbeeld niet in de vorm van rijmende kwatrijnen moet zijn, maar in een vorm die veel dichter staat bij de orale tradities. Dit alles in een stijl die heen en weer schakelt tussen een bijna academisch Nederlands Nederlands en Surinaams Nederlands.
Daarna volgt dan de bundel, waarbij opvalt dat er ook nog allerlei prozacommentaar wordt gegeven, soms in het Sranan maar meestal in het Nederlands, terwijl er in de 'vertalingen' soms hele stukken Sranan staan. Het is allemaal heel overweldigend, en, in ieder geval voor de lezer zoals ik die veel te weinig weet over winti en geen Sranan kent, soms niet precies te volgen. Maar er staan parels in.
Een zo'n parel vind ik het gedicht Djoploos, waarin hij onbekommerd de talen door elkaar gebruikt, maar op zo'n manier dat het ook voor de armzalige eentalige nog te volgen is, het ritme, het klankspel, de wanhopige zelfspot van degene die aan de zelfkant staat:
Djoploos
Strati, no hate mi, ju no mu hate mi!
Straat, o straat, haat me niet!
Want ik ben haveloos: mi libi tai!
Dudu-dundun! Dudu-dundun!Strati, no hate mi, bika mi fri wan fri!
Straat, o stad, haat me niet, want ik
ben vrij fo mij, kan je 't nie zien?
Dudu-dundun! Dudu-dundun!Ik ben al werkloos, djoploos: wroko no de!
Ik leef soms hopeloos: libi? Libi no de!
Dudu-dundun! Dudu-dundun!Ik was al laveloos, nu ben ik centeloos!
Ben o zo brodeloos: moni no de!
En zonder school sta ik,
en zonder les ben ik,
noem het schoolloos, meneer,
diplomaloos, meneer,
geef mij maar blows, meneer,
daar komt polisie weer,
straks ben ik dóód!
A sjudu-dundun! A sjudu-dundun!Maar weet: ik vecht terug,
fo me rechtvaardigheid.
Geen bedelhand wil ik,
maar werkhand zoek ik, is goeie kans wil ik
in deze maatschappij… dudu-dundun-tak!Ik wil me beste kans, netals me meerderheid!
Ik wil gelijk u zijn, mevrouw,
in goed of slecht, mevrouw,
netals uw witte kind, mevrouw,
netals uw witte zoon, meneer!
Datzelfde lucht, me vrind, dat adem ik!
In 'tzelfde land, me vrind,
precies als jij!
A sjudu-dundun! A sjudu-dudu-dundun-tun!Dus daarom ben ik vrij:
mi fri, mi fri nain mi!
Want ik ben jij-gelijk
'k Ben wereldvrij!
Vrij tot op 't mensebot!
Vrij als dat hand van gotdat ook z'n werk doet,
zo leren zij!
Sjudu-dundun! Sjudu-dundun…Mi fri, mi fri nain mi!
Mi bonjofrí! Mi bonjofrí!
Want ik ben geldeloos, maar
'k ben nie levensdood,
dus ben ik ademvrij…!
Sjududun-dundun tak!!
Cairo's interesse lijkt vooral de Surinaamse poëzie te zijn geweest – de poëzie van Surinamers, ook als ze in Nederland woonden –, maar ondertussen verrijkte hij met dit alles ook de Nederlandse poëzie, door alles zo ongegeneerd open te breken. De laatste jaren voegen dichters heel discreet en keurig her en der een Arabisch of Turks of straattaal-woord in hun gedichten, maar Cairo was veel baldadiger, en vrijer. Lelu! Lelu! is een bundel om je hoofd te openen.
Reacties