Hilda Ram was een laat-negentiende eeuwse dichteres, en nog een Vlaamse bovendien, en dus vielen haar regelmatig bevoogdende opmerkingen ten deel. Lodewijk van Deyssel wijdde bijvoorbeeld een van zijn scheldkritieken aan haar:
Neem een Vlaamschen tuinmansjongen, een beetje dwergachtig, een beetje gebocheld, in zijn tusschen de schouders afgedrongen hoofd ligt een uitgestrekte mond, met breede, droge, en korsterig vaalroode lippen. Kijk, hij lacht, de mond splijt open, hij glimlacht, een afgebrokkeld groenig gebit grijnst ons toe. (Hij denkt aan lieve dingen: zijn moeder, zijn kind, zijn vaderland.) Zóo zijn de gedichten van Hilda Ram.
Argumenten zijn dan niet meer nodig, die geeft Van Deyssel dan ook niet, hij citeerde een stukje uit een gedicht van Ram, en schreef daarna 'het is de lach en luide gemoedelijkheid van die tuinmansjongen'. Einde betoog.
Ze was, vind ik, op haar best als ze scenes beschreef uit het dagelijks leven, de dingen die Van Deyssel kennelijk aan uitgestrekte monden en zo deden denken, en die bij Ram vaak heel lichamelijk zijn - er zit een soort onderdrukte erotiek in veel van het werk. In de posthume editie van de Gedichten staan er verschillende. Bijvoorbeeld in 'Herinneringen', waarin ze de smidse van haar vader beschrijft:
Langsheen, nevens elkaar,
aan de blinkende vijzen der werkbank
Stonden de neerstige maats,
wier hamers de platen bewerkten,
Maar tot het eind van die rij
zwierf liefst mijn bewonderende oogslag,
Waar zich de reuzige scheer,
die 't ijzer versneed of 't papier waar,
Onder de leiding bevond
van een gast, schrikwekkend van opzicht.
't Bloedrood haar stond recht
op zijn hoofd en de borstlige wenkbrauw
Vormde als een zware gordijn,
die 't diepstaand oog in de schaüw hield.
Lijdzaam, bloode als een kind,
was de reuzige kerel, ik wist het,
Maar op een afstand bleef
hij met vrees en ontzetting mij vullen.
Een ander interessant aspect aan Rams dichterschap is dat ze met haar 'korsterig vaalroode lippen' experimenteerde met metriek, bijvoorbeeld in het lange gedicht 'Verhuizing', dat gezet is in anapesten (steeds twee onbeklemtoonde lettergrepen, gevolgd door een klemtoon). Zo'n driewaardig metrum geeft bijna automatisch iets klassieks aan een lang gedicht, en dat werkt heel goed, wat mij betreft, op een scene als deze, waar het hele dorp is samengekomen om de familie van een zekere Walter te helpen verhuizen:
Drie manden al staan er ladensgereed,
die gevuld zijn met breekbaar huisraad.
Ze bevatten, in 't stulpje van kleurig papier
en van blinkende glas, 't ‘Liefvrouwken’ -
Nog een prijs op de banken der nonnekensschool
in zijn jeugd door Walter gewonnen.
Voorts glazen, geslepen karaffen een paar,
en teilen, en schotels, en potwerk,
Teljoren en kommen, gewikkeld in hooi;
ook 't koffiestel dat, als pronkstuk,
Van den dag vóór 't huwelijk staat in de kas
met de blinkende glazene deuren.
Geen stuk daarvan, dat gescheurd of gekraakt,
geen zelfs dat geschramd of geschard is.
Slechts viermaal diende 't: bij iederen doop -
en dan werd het der baker onmisbaar
Op het harte gedrukt voorzichtig te zijn,
en bijzonder te zorgen bij d'afwasch.
En de kraamvrouw zag toen iedere maal
met een zucht van voldoening het bergen.
Geen wonder, dat heden zij zelve het stel
met den uitersten angst in de mand lei!
't Is de beurt van het blikken en koperen tuig:
of het nieuw waar, komt het te voorschijn,
Zóó schitterend blinkend. En 't lijnwaad nu!
Sneeuwwit zijn de geurige stapels,
Die de tafels bedekken: doch hoe voor stof
ze beveiligd tijdens 't verhuizen?
Reeds vond men het middel: een handdoek wordt
eerst opengespreid en vervolgens
Met een stapel van 't zuivere linnen belast,
waarrond men dan zorglijk, met spelden,
Goed dicht den beschermenden omslag speet.
Toegegeven, dit soort krachtige scenes zijn ingebed in een beetje een zoetig verhaaltje (twee van de inpakkers zijn een jongen en een meisje die eigenlijk in Walters huis zouden trekken, als ze niet door een misverstand van elkaar vervreemd waren geraakt; maar aan het eind krijgen ze mekaar alsnog). Maar wie voor dit soort talent alleen hoon over heeft, heeft het niet goed gelezen.
Reacties