Bruggenbouwers moeten zien dat ze niet verdrinken. Het is natuurlijk een nobele taak – we zien twee oevers en de mensen aan beide kanten hebben nobele eigenschappen die elkaar prachtig zouden aanvullen. Laten we ze verbinden! Maar wie aan die taak begint, loopt het gevaar dat allebei de groepen een hekel aan haar krijgen.
Dit gebeurde, leren de biografische aantekeningen, met Noto Soeroto, een Javaanse jongeman die begin vorige eeuw naar Nederland kwam om te studeren en die droomde van een eenheid tussen Nederland en Indonesië, waarin het 'verstand van het westen' met het 'hart van het oosten' zou worden gecombineerd. In het kader van dat project was hij geïnspireerd door de vertalingen die Frederik van Eeden maakte van het werk van de Bengaalse Nobelprijswinnaar Rabinath Tagore. Zulke gedichten wilde hij ook schrijven!
Het eerste, en bekendste, product was zijn bundel Melatiknoppen. Het bestond uit 'gedichten in proza', hoewel die in eerste instantie (de bundel staat niet op de DBNL, wel voorpublicaties uit het tijdschrift De tijdspiegel) dat 'proza' wel in regels werd verdeeld. Ze waren vooral in Nederland heel succesvol, onze eigen Tagore! In de vroege jaren dertig zou Noto Soeroto teruggaan naar Java, waar hij begin jaren vijftig berooid zou sterven – voor zijn boodschap voor verzoening tussen oost en west was in de antikoloniale oorlog, begrijpelijkerwijs, weinig aandacht.
Het best was hij, vind ik, in de gedichten die niet speciaal westers of oosters zijn, maar een algemeen-menselijke ervaring concreet maken, zoals de volgende scene over een kind dat ontzettend van een pop houdt, die pop laat vallen, en daarna weer even hartstochtelijk van een andere pop houdt
Hoe gelukkig ben je toch met deze nieuwe liefde,
deze pop met 't zwarte haar en bruine oogen, meisje!
Wat koos je haar in teere omhelzing,
wat zoete woordjes spreek je haar toe!
Je neemt haar in je arm en blikt haar in de oogen
en fluistert haar in 't oor je scherts en je verdriet.Met hetzelfde vertrouwen en 't zelfde geloof heb je 'n vorige liefde,
de pop met het goud in de haren en hemel in de oogen, aanbeden.
Zij was je god in je eigene kleine, maar levende wereld,
zoo licht en zoo teer en zoo broos als de sprookjes van moeder.
Je streelde haar zacht in je wiegende armpjes
tot zij zelf voor je zingt in je zonlichte droomen.Op een dag liet je vallen je god, en gebroken was 't hoofd.
Bedroefd om 't geval heb je 't lijf aan je hart nog gedrukt.
Maar op éénmaal begon je een pruillip te zetten.
Boos heb je weggesmeten de vooze gedaante,
waar je meende geen leven meer in te bespeuren.Ach, mijn meisje! ook deze uw nieuwe idool van het hart
zal vallen en breken; gij zult haar dood weten tot gij,
al zoekend naar liefde, die ook in uw eigen woont,
haar eindelijk weder zult vinden in Zijne omarming.:
Ik vind het lastig te zeggen of dit gedicht beter wordt als je alle regelindelingen weglaat, en zinnen helemaal achter elkaar zet. Opvallend is in deze versie dat in de eerste drie strofes iedere regel samenvalt met een (hoofd- of bij-)zin, terwijl die congruentie in de laatste strofe wordt losgevallen: de werkwoorden bij het onderwerp in de eerste regel staat in de tweede, zoals het werkwoord bij het onderwerp in de tweede regel pas komt in de vierde. Hier wordt de schrijver abstracter en de versificatie ingewikkelder. Dat is wel een aardig effect, vind ik.
Reacties