Pierre Kemp, Carmina Matrimonialia. Uitgeversmaatschappij Veldeke, z.j. [1928]



Recensenten wisten zich in 1928 geen raad met Carmina matrimonialia van Pierre Kemp. De gedichten waren wel erg vormeloos, vonden zowel Albert Helman in De Gemeenschap als Raymond Herremann in Den Gulden Winckel. Het zijn dan ook prozagedichten, die bovendien gesteld zijn in betrekkelijk pretentieloos proza, zonder veel dichterlijke woorden of ingewikkelde zinnen.

Ze gaan dan ook voor een belangrijk deel over seks binnen het huwelijk, een onderwerp dat nooit heel populair is geweest:

En leid mij niet in bekoring

Alsof het nog niet genoeg is, dien jongen boer achter den ploeg zijn schallend Magnificat te hooren fluiten over het golvende veld onder de zuivere morgenlucht, terwijl de zware geuren van de gekorven aarde door ons huis trekken,

treed je naast me en legt me die bloemen onder mijn neus op de schrijftafel.

Je vraagt niet of de verschgeschreven letters door elkander vlakken. Neen, je komt eenvoudig boud binnen en ik heb maar te laten begaan en te berusten.

Dit keer berust ik eens niet. Ik trek je schertsend tusschen de tafel en mij en kittel je zóó, dat je opspringt en me met stoel en scripturen, bloemen en al medesleept.

Terwijl ik opsta, hoor ik, hoe je de trap opvlucht. Ik begrijp het. Je wilt me de moeite sparen, je naar de begeerde nederlaag te jagen.

Het onderwerp is misschien wel gebaat bij deze wat spanningloze vorm. Er is voortdurend sprake van begeerte, maar het is ook alledaags. De rolpatronen zijn wat ouderwets, het gaat per slot van rekening om een katholiek huwelijk van 100 jaar geleden, dus het is vooral de man die begeert en de vrouw die, al is het maar voor de vorm, soms niet onmiddellijk toegeeft – maar ik kan me niet herinneren deze alledaagse intimiteit elders beschreven te hebben gezien. Er staan ook gedichten in over dagen dat de echtelieden ruzie hebben, of dat zij ongesteld is. Er staat ook een geslaagd gedicht in over een dag van echtelijke ruzie, met de fraaie beginzin 'We wandelden héél den dag als pauwen langs elkander en ruilden niet één glimlach of één blik'.

Liefdesgedichten gaan natuurlijk vaak over verliefdheid, erotische gedichten over een van de eerste keren. De bijzondere aantrekkingskracht die er is in een huwelijk, die kun je misschien alleen in proza beschrijven. Proza dat je vervolgens wel 'carmina' noemt: liederen.

Reacties