Pierre Lauffer, Kantika pa Bjentu. De Wit, Oranjestad 1963



Philippe Lauffer was een strijder voor de Papiamentse poëzie, een beoefenaar van de Papiamentse poëzie en een theoreticus van de Papiamentse poëzie. In de DBNL staan verschillende boeken van Lauffer, allemaal in het Papiaments, zoals een poëtica (Arte di palabra), een leerboek (Mi lenga) en een aantal dichtbundels, waarvan de DBNL-redactie Kantika pa Bjentu koos voor de Sealy Challenge van dit jaar: de enige bundel die helemaal in een andere taal dan het Nederlands is geschreven.

Dat leverde wel wat problemen op, want hoewel de woordenschat van het Papiaments grotendeels Romaans is (Spaans en Portugees) en je dus vaak wel een indruk krijgt van wat er staat, is het lastig te zeggen of je de subtiliteiten wel goed vat. Er staat bijvoorbeeld een lang gedicht in dat 'Balada di Buchi Fil' heet, en dat betekent natuurlijk 'Ballade van Buchi Fil'. Het begint zo:

Buchi Fil, katibu toro di Kenepa,
un mansebu kurpa grueso i sobèrbè,
nunka su rudijanan a tochi swela
pa sutá di watapana ni karbachi.

Wie iets over de Papiamentse cultuur weet, kent katibu als een woord voor 'slaafgemaakte', bijvoorbeeld vanwege de opera 'Katibu di shon' die een paar jaar geleden in Amsterdam te zien was. Het komt warschijnlijk van cativo, gevangene in het Portugees. Toro betekent natuurlijk 'stier', en Kenepa was een plantage op Curaçao. Mansebu komt van mancebo 'jongeman', kurpa is het woord voor lichaam. Grueso kan ik niet goed plaatsen en sobèrbè zal 'trots zijn' (superbe). Nunka betekent 'nooit', tochi 'aanraken' (to touch) en karbachi is een karwats.

Gelukkig staat op de website van Walter Palm een mooie vertaling van de hele ballade, die zo begint:

Buchi Fil, plantageslaaf, sterk als een stier,
een jongen met een lijf van staal en trots van geest,
had nooit de grond met zijn knieën ook maar geraakt
voor een afranseling met gesel of karwats.

Het gedicht speelt op plantage Kenepa/Knepa/Knip op Curaçao, een historische slavenplantage waar in 1795 ook de roemruchte opstand van Tula begon. De koloniale verhoudingen bepalen het volledige verhaal: Buchi Fil en Mosa Nena zijn bezit, worden tot uitputtende arbeid gedwongen, met zweepslagen bedreigd en uiteindelijk van elkaar gescheiden doordat de eigenaar Mosa Nena verkoopt. Buchi’s lichamelijke verzet houdt stand, maar de eigenaar breekt hem door zijn geliefde als handelswaar te gebruiken. Uiteindelijk gooit Buchi zich wanhopig van een klif. Dat het gedicht geschreven is in het Papiaments, voegt natuurlijk iets toe: de taal waarvan je ook kunt vermoeden dat Buchi Fil en Mosa Nena haar gebruikten.

Reacties