Ik weet beschamend weinig over kinderliteratuur. Ja, in de achttiende eeuw bestond het vooral uit aansporingen tot luisteren naar je vader, met Hieronymus van Alphen en zo, en toen kwam in het midden van de twintigste eeuw Annie M.G. Schmidt, en die brak de hele boel open. Ik had beter moeten weten, van Rijmpjes en versjes uit de oude doos (1911), dat vandaag op de Sealy Challenge-lijst van de DBNL staat, heb ik volgens mij in mijn jeugd ook een recentere versie gelezen (er was ook een nieuwe doos, die had ik ook).
1911 is het jaar dat Annie Schmidt geboren werd. Toch is het kind ook in de Oude doos helemaal niet per se een passieve opnemer van wijze lessen. De rijmpjes willen niet alleen gelezen of aangehoord worden: ze horen bij wiegen, voeren, naar bed brengen, klappen, dansen, tellen, aanwijzen, raden en plagen. Het is gebruikspoëzie, bijna lichamelijk speelgoed.
Naar bed, naar bed, zei Duimelot;
Eerst nog wat eten, zei Likkepot;
Waar zal ik het halen? vroeg Langelot;
Uit Grootvaders kastje, zei Ringeling;
Dat zal ik verklappen, zei ’t kleine ding.
Klikken (zoals in de laatste regel) is iets dat regelmatig terugkomt. Het is een autoriteitsgevoelige daad, maar kinderen worden hier af en toe uitgenodigd onbestraft brutaal te zijn (''k ben voor een tik zo gauw niet bang!'):
A, b, c, d, e, f, g —
Meester, de jongens nemen knikkers van me mee! —
Stoute jongen, je mag niet klikken,
Anders krijg je zeven tikken!
Meester, ga gerust je gang —
’k Ben voor een tik zoo gauw niet bang.
maar het is opvallend genoeg een van de weinige dingen die bestraft wordt, tenzij je 'o foei!' zeggen als iemand een steen gooit, een straf vindt:
Er waren eens drie eendjes in een pontje;
Het eene heette Bontje,
Het tweede heette Gontje
En het derde heette Klisklasklepelklontje.
Dat vond eens een klontje,
Maar ze wou het niet geven aan Bontje.
Toen nam Bontje een steen
En gooide dien naar Klisklasklepelklontje's been.
‘O foei!’ zei toen Gontje,
‘Neem jij een steen
En gooi je dien naar Klisklasklepelklontje's been?’
Natuurlijk is het boek ook gedateerd. Meisjes drinken thee, eten mee en wensen poppen; jongens kopen, knikkeren, spelen soldaat of willen ruiter worden. Toch zijn de meisjes niet alleen maar passief. Mietje danst door de plassen en Lijsje slaat terug wanneer Jan haar slaat. Ook standsverschillen en gezagsverhoudingen — mevrouw en meid, meester en leerling, geestelijke en leek — worden als vanzelfsprekend voorgesteld. Nog explicieter is de nationale omlijsting van de uitgever: de versjes hoorden thuis in “ons Vaderland en zijn koloniën”. Ze zijn zelf zijn nauwelijks koloniaal, maar de voorrede maakt er wel Nederlands cultureel erfgoed van.
Maar alles bij elkaar is het dus heel wat minder braaf dan ik vantevoren had verwacht. Annie Schmidt groeide zelf al op zonder angst voor de tik, in ieder geval als ze kinderversjes las.
Reacties