Lieke van Deinsen, Mathijs Sanders, Sandra van Voorst. Basisboek Letterkundig Onderzoek. Kleine uil educatief, 2026.



Literatuur is een wonderlijk verschijnsel. Je kunt in vervoering raken van een pak aan elkaar gelijmd grijs papier waarop met zwarte inkt letters zijn afgedrukt. Je beleeft er avonturen mee, je stelt je van alles en nog wat voor over degene die verzonnen heeft in welke volgorde die letters moeten staan, en je wilt andere pakken papier bemachtigen waarop diezelfde auteur de letters dan weer in een andere volgorde heeft gezet. En je bent niet alleen – er zijn nog altijd, ondanks alle praat over ontlezing, honderdduizenden mensen die zich aan deze merkwaardige liefhebberij overgeven. In Nederland en in Vlaanderen lezen volwassenen gemiddeld zo'n 11 boeken per jaar, samen zo'n 230 miljoen boeken jaarlijks in ons taalgebied.

Zo'n verschijnsel verdient het bestudeerd te worden, en dat gebeurt in een discipline die, treffend, literatuurwetenschap heet. De parel van de Nederlandse educatieve uitgeverijen Kleine Uil bracht een handzaam Basisboek Letterkundig Onderzoek uit over hoe je dat doet, literatuur bestuderen, geschreven door drie van de belangrijkste onderzoekers in het taalgebied: Lieke van Deinsen, Mathijs Sanders en Sandra van Voorst.

Het achterflap van dit Basisboek is veel bescheidener dan het voorafje over voor wie het boek bedoeld is. 'Studenten en docenten in het hoger onderwijs' zegt het achterflap; 'iedereen voor wie de belangstelling voor literatuur niet stopt bij het lezen' van een boek, zeggen de auteurs zelf. Ik denk dat de auteurs gelijk hebben. Om literatuur te onderzoeken hoef je niet per se in het hoger onderwijs te zitten. Er zijn onder de lezers van Neerlandistiek vast heel veel mensen die niet meer studeren of in het hoger onderwijs doceren, maar wel een keer wat dieper door willen dringen in het mysterie. Voor hen is dit Basisboek heel geschikt.

Dat komt trouwens ook doordat het boek heel prettig geschreven is, en door Kleine uil heel verzorgd uitgegeven: mooi papier, prettige typografie, mooie illustraties. De schrijvers laten de verschillende methoden die je in het literatuuronderzoek kunt gebruiken – van close reading tot lezersenquêtes, van archiefonderzoek tot en met intertekstuele analyse – steeds met concrete voorbeelden, over het algemeen genomen uit zeer recente literatuur. Aan de hand van de roman Het lied van ooievaar en dromedaris van Anjet Daanje bespreken ze bijvoorbeeld de volle wijdte van het letterkundig onderzoek, en aan de hand van een fragment uit Mordechai van Marcel Möring laten ze zien op wat voor manieren je kunt nadenken over de auteur.

Dat onderzoek naar de auteur is een van de drie hoofdstromen die de schrijvers onderscheiden, naast onderzoek naar de tekst, en onderzoek naar 'de literaire wereld'. (Even terzijde, als vrijetijdsliteratuuronderzoek-watcher kan ik niet zeggen hoe dankbaar ik ben voor die laatste term, hoeveel auteurs zouden er hier niet gezwicht zijn voor de verleiding om in de titel al te spreken van 'het literaire veld'; die laatste term wordt, ook weer volkomen tercht, overigens wel uitgelegd.)

Het is opvallend dat het onderzoek naar de lezer daarbij zo klein is – precies het feit dat er zoveel mensen zijn die boeken lezen en begrijpen en waarderen, laat zien dat de literatuur niet alleen iets is van mensen met een al dan niet verondersteld talent, zoals schrijvers, of een al dan niet veronderstelde macht, zoals uitgevers en krantenredacties, maar dat literatuur in ieder hoofd past. En dat literatuur daarmee ook iets zegt over ieder hoofd. Dat lezersonderzoek krijgt nu alleen een paragraaf in het hoofdstuk over de literaire wereld. Dat is jammer, maar het weerspiegelt ook de echte onderzoekspraktijk, dus waar zeur ik over!

Met andere woorden: verbaas jij je ook over hoe gegrepen je soms kunt zijn door zoiets op het eerste gezicht abstracts als een tekst? Schaf het Basisboek letterkundig onderzoek aan om door te dringen in die wereld. 

Reacties