Leni wil een kind en een boek. Allebei die verlangens komen lange tijd niet erg van de grond. Wanhopig onderneemt ze, na een eerdere miskraam, allerlei pogingen om met hulp van de medische wetenschap toch in verwachting te raken. En om ondertussen toch een boek te schrijven, een boek dat uiteindelijk over die pogingen zal gaan. Tot ze dan weer zwanger raakt – dat is natuurlijk heel fijn, maar gooit in eerste instantie ook het boek weer in de war.
Millefeuille leest eerder als een essay dan als een roman. Er staan in ieder geval lange essayistische passages in, bijvoorbeeld over het werk van Yayoi Kusama. In een dergelijk boek, dat ook nog eens gaat over een schrijfster die een roman wil schrijven, ontkom je als lezer niet aan de gedachte dat dit een dikke autobiografische bodem moet hebben. Er staan ook passages in als:
Wanneer je over jezelf schrijft, gebeurt er iets. Je ziet jezelf als personage, je neemt afstand. Iets wat helend zou kunnen zijn, ware het niet dat je die afstand continu met je meedraagt. Hoe meer je aan je boek denkt, hoe meer je je personage wordt. Je splitst jezelf op, je bent schrijver en personage, protagonist en antagonist.
Het probleem is wel dat die afstand voor de lezer in dit geval ook wel heel voelbaar wordt. Je ziet Leni worstelen met haar vruchtbaarheidsproblemen in haar buik en op papier, maar echt nabij komt het niet. Waarom zijn het kind en dat boek zo belangrijk voor haar? (En wat is het verband tussen die twee?) Je komt dat in de 'duizend pagina's' niet echt te weten, het blijft een abstract kunstwerk dat ze heeft geschreven – abstracter dan Kusama.
Reacties