Vonne van der Meer is een schrijver die iedere keer een andere vorm kiest. In die zin is geen boek hetzelfde. Haar nieuwste boek is een roman, maar tegelijkertijd een meditatie over lichaamshoudingen.
In het eerste deel van de roman is Vera lange tijd bezig een toespraak te schrijven voor bij de uitvaart van haar overleden zus Brigitte. Ze overweegt van alles dat misschien uiteindelijk beter niet kan worden opgenomen: de wat ongelukkige partnerkeuze in eerdere fasen van het leven van haar zus, bijvoorbeeld, maar ook in dat van haar moeder, die tijdens de oorlog een relatie had met een zekere Harold, een redacteur van het wonderlijke nationaalsocialistische satirische blad De Gil.
In het tweede deel is Vera thuis in Amsterdam, en trekt ze heen en weer in een kleine driehoek in die stad, tussen haar eigen huis waar haar man Lennart met hartstochten tobt, het huis van haar langzaam in de war rakende en bewaarzuchtige schoonmoeder Ruth, en haar zoon Fabian die na een mislukte relatie weer onder de hoede van zijn moeder komt. In het derde deel maakt Vera helemaal alleen een reis naar de woestijn in Marokko.
Vonne van der Meer doet bijzondere dingen in dit boek, ook als je het alleen als roman leest. Er zijn bijvoorbeeld (nog altijd) maar weinig romans met als hoofdpersoon een vrouw van in de zeventig. Het is bovendien een boek waarin herinneringen ongeveer even belangrijk zijn als een verhaal: dat verhaal heb ik in essentie met de bovenstaande zinnen naverteld, maar de diepte komt van de nabijheid die Vera nog altijd heeft met mensen uit haar verleden.
Ondenkbaar
Tegelijkertijd is ieder boek van Vonne van der Meer herkenbaar. Er is bijvoorbeeld geen Nederlandse schrijver die zo gevoelig is voor locaties. Waar wil je liggen? is er helemaal op gebouwd. De drie delen heten niet alleen Andalusië, Amsterdam en Marokko, maar gaan ook helemaal over die plaatsen. Daarbij speelt de onmogelijkheid van bilocatie een rol. Ja, de Italiaanse heilige Padre Pio, die kon het, na zijn dood: op meerdere plaatsen tegelijk zijn. Ook andere doden, zoals zus Brigitte, lukt het misschien, of in ieder geval voelt Vera haar aanwezigheid, bijvoorbeeld
Bovendien speelt het lichaam altijd een belangrijke rol in Van der Meers boeken, en in dit geval gaat het dus vooral om de lichaamshouding: verticaal of horizontaal. De titel Waar wil je liggen? komt uit het gesprek dat Vera en haar man voeren na weer een begrafenis: het "waar-wil-je-liggen", de vraag naar de begraafplaats die echtparen elkaar half schertsend stellen. Vera begint ook echt aan te dringen bij haar man om nu een locatie te kiezen, een begraafplaats – in Amsterdam natuurlijk. Dat iemand ergens anders zou willen liggen is ondenkbaar.
Berusting
Liggen is in dit boek de positie van maximale afhankelijkheid: zus Brigitte ligt aan het begin op de ic in Andalusië, in een web van slangen, met plat haar van het vele liggen; het liggen van hun beider moeder in haar laatste maanden wordt uitvoerig beschreven; schoonmoeder Ruth ligt met haar steunkousen tussen de rommel. Daartegenover staat Vera de meeste tijd: achter haar katheder (ze is docent geweest), met haar voeten iets uit elkaar, biddend om overeind te blijven. Haar hele zelfbeeld is verticaal georganiseerd.
Uiteindelijk wordt die oppositie gekanteld. Dat hun moeder zich zo afhankelijk dúrfde op te stellen noemen de zussen overgave, een liefdesblijk. Bidden op je knieën is anders dan op je billen, maar het ontroerendst is, voor Vera, de moslimvrouw die zich zo thuis voelt dat ze een kleedje uitrolt en liggend bidt. Het slot van de roman beschrijft Vera, alleen in het woestijnzand, op haar rug, kijkend naar de sterren. Ze neemt de houding aan waartegen ze lang heeft gestreden, een houding van overgave en berusting.
Reflectie
Maar liggen is ook: dichtbij iemand zijn, niet alleen in erotische zin. Vera maakt de reis naar Marokko met een groep en als iemand opmerkt dat je een huwelijk alleen kunt begrijpen als je een tijdje onder het echtelijk bed hebt gelegen, begint ze zich dat onmiddellijk voor te stellen bij een aantal van de aanwezige echtparen.
Dat ze uiteindelijk in de woestijn gaat liggen is ook geen toeval, want Vera is gedurende het hele boek geïnteresseerd in de spreuken van woestijnvaders, monniken die zich in de woestijn (een locatie!) terugtrokken om zo dichter bij God te komen. Een van die woestijnvaders heeft gezegd:
Mijn zoon, bewerk dagelijks slechts zoveel grond als je lichaam, wanneer je ligt, aan ruimte inneemt, en zo zul je langzaam vorderingen maken met je werk, en je zult de moed niet verliezen.
De verteller zegt dan dat het concrete beeld van de omtrek van een lichaam Vera meer aansprak dan de abstracte uitleg die een zekere Grün er in een toelichting op geeft, dat dit gaat over het werken aan de ziel. Dat lijkt me een nuttige leesinstructie voor de roman. Van der Meers werk is ten diepste religieus, maar het gaat vooral ook over concrete beelden. Liggen is een houding die je kunt aannemen tegenover God – maar het is ook gewoon prettig.
Zo schreef Van der Meer een wonderlijke en uitvoerige reflectie op het liggen, waar alles in past, zoals ook de vraag wat jij zou hebben gedaan in de oorlog: Gil is het omgekeerde van lig.
Vonne van der Meer. Waar wil je liggen?Atlas Contact, 2026.

Reacties