A.F.Th. van der Heijden. Terg en Verblijd. 31 teksten uit zijn oeuvre ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag. Stichting De tandeloze tijd, 2026.


Toen de schrijver Dirk Ayelt Kooiman in 2018 overleed, schreef zijn collega A.F.Th. van der Heijden een ‘brief aan de vrouwen die hij achterliet’. Hij haalde er herinneringen op aan Kooiman – diens periode als redacteur van De Revisor, maar vooral de vele jaren erna waarin hij met het schrijven worstelde, al verscheen er op gezette tijden ook een boek.

Maar het meest getroffen was Van der Heijden kennelijk door één zinsnede:

‘Is er nog tijd om mijn boek te voltooien?’ Dat zinnetje boven de rouwadvertentie heeft me diep getroffen. Het zou er niet staan als de vereiste tijd er volop was geweest.

De brief is afgedrukt in Terg en verblijd, een bundel die ter gelegenheid van de 75ste verjaardag is uitgegeven door de Stichting De tandeloze tijd, van een groep bewonderaars van de schrijver. Er zijn enkele tientallen verspreid verschenen stukken uit verschenen, uit de periode 1971-2026. Veel van de stukken gaan over Van der Heijdens eigen schrijverschap en het ligt ook voor de hand dat het zinnetje ook deze schrijver getroffen moet hebben omdat het voor hem soms ook de vraag moet zijn of hij nog tijd heeft om zijn boek te voltooien.

Althans, in een van de stukken kondigt hij aan dat hij er niet tegenopziet 103 te worden, en dat hij ook bereid is tot die tijd fulltime te werken aan dat boek, dus in die tijd kan hij misschien toch nog wel een aardig eind komen met De tandeloze tijd. Tegelijkertijd staat er in Terg en verblijd ook een korte synopsis van een roman De veteranen, waarvan het plan bij hem opkwam bij het schrijven van Het leven uit een dag, dat zelf op zijn beurt een tussendoorroman was voor bij het werken aan De tandeloze tijd. Tenzij die roman verwerkt gaat worden in De tandeloze tijd is niet zeker dat dit tussendoortje van een tussendoortje ook nog afkomt.

Ik vind het een mooi beeld: de oude meester die in zijn eentje in een appartement in Buitenveldert een gigantische kathedraal blijft metselen, en zijn troffel pas neer zal leggen als hij 103 jaar oud is. In verschillende teksten laat hij weten dat het hem ook misschien meer te doen is om het idee van die boeken, dan om die boeken zelf. Zo vertelt hij dat hij in een tekst uit 1984 dat hij als hij een plan heeft voor een boek onmiddellijk een dummy maakt “compleet met imprint van de mogelijke uitgever, jaartal, copyright, eerste hoofdstuktitel, beginzin, et cetera.” Daarna hoeft hij ze alleen maar te schrijven, zij het dat tijdens het schrijven dus kan blijken dat er nóg een boek nodig is, met weer een eigen dummy. In een ander stuk, uit 1980, beweert hij dat hij zelden meesterwerken leest, en dat hij ze liever droomt: dat zijn idee van die meesterwerken als hij ze per ongeluk wel leest het reëel bestaande werk vaak blijkt te overstijgen.

In dat appartement in Buitenveldert staan dus al kasten vol met meesterwerken voor de lezers klaar. De schrijver hoeft ze alleen maar af te schrijven.

Reacties