Rosa van Gool. Via Italia. Meulenhoff, 2026

 



Ik heb in de loop van de afgelopen twintig jaar toch aardig wat boeken over Italië gelezen, geschreven door Italianen en door niet-Italianen, maar Via Italia van Rosa van Gool is wat mij betreft het beste. Het is een land dat mensen om de een of andere reden graag analyseren, graag bekijken, maar zo helder als Van Gool het doet, dat kunnen er niet veel.

Van Gool was een aantal jaar correspondent voor De Volkskrant in het land en schreef daarnaast ook af en toe voor De Groene. Ze maakte de dood van Maradona, Berlusconi én paus Franciscus mee, en tussendoor reisde ze het hele land af: naar het treurige ghetto Borgo Mezzanone, naar het hotel op Sicilië waar The White Lotus is opgenomen, en van het geboortedorp van Mussolini naar het restaurant van een briljant kokende oplichter in Toscane. 

Van Gool is een goede journalist omdat ze ziet wat er lekker is: om over de indrukwekkende rituelen van de katholieke kerk te schrijven als er een paus dood is, of om zeeziek een paar nachten op een reddingsboot in de Middellandse Zee mee te gaan en daarover te schrijven – en dat ze daar tegelijkertijd doorheen prikt. Ze heeft zich vier jaar gezet aan het begrijpen van het langgerekte land in de Middellandse Zee met die lange, lange geschiedenis. En ze heeft voor mij van allerlei dingen duidelijk gemaakt.

Haar centrale stelling is dat Italië meer dan andere landen is gevormd door de vele bezoekers die het hebben aangedaan in de loop van de tijd. De buitenlandse machten die het tot 165 jaar geleden bezetten en de inwoners zoveel mogelijk tegen elkaar opzetten, wat resulteerde in een gigantisch onderling wantrouwen én een wantrouwen tegen de staat. De toeristen die er in ieder geval sinds de tijden van de Grand Tour uit heel Europa komen om zich te vergapen aan de kunstschatten én zich onder te dompelen in het sprookje van het volkje dat de kunst kent van het dolce fa niente. Die toeristen zagen graag een contrast tussen de antieke schatten en de 'onbetrouwbare' mensen die nu in het land zouden wonen. En volgens Van Gool hebben veel Italianen dat beeld opgenomen.

Ze maakt daarmee iets inzichtelijk dat ik eigenlijk ook al wist: dat zoveel bezoekers aan Italië verliefd worden op het land (99 van de 100 keer dat ik iemand in Nederland vertel dat ik er naar toe ga, is mijn gesprekspartner jaloers), terwijl Italianen zelf zoveel moeite hebben van hun land te houden. Ik wist het eigenlijk wel, maar doordat Van Gool het zo goed verwoord, is het me veel duidelijker geworden. Dat is wat je wil van een boek over een land.

Reacties