Hoogmoed, de nieuwe roman van Theo Engelen, is een academische whodunnit. De gepleegde moord is een academische – reputatiemoord van een alom gerespecteerde en zelfs gevreesde geleerde – en er zijn allerlei verdachten. De ontknoping staat in het op één na laatste hoofdstuk. Maar zoals in elke goede misdaadroman blijkt het er uiteindelijk niet toe te doen wie de dader is.
Het gaat Engelen om iets anders. Ik lees Hoogmoed vooral als een reflectie over vaderschap, en daarmee verbonden: over leiderschap.
Bij bijna alle personages zegt de verteller iets over de relatie met hun vader, terwijl moeders grotendeels afwezig zijn. De Daedalus is Van Heuve senior, de vader van de o zo succesvolle hoogleraar die uiteindelijk bijna ten onder gaat aan zijn gedrag. De vader was, anders dan zijn zoon, decaan, en liep binnen door commissariaten als nevenfuncties aan te nemen. Toch kwam die vader in de problemen door een affaire met een secretaresse en eindigde hij als verbitterde kluizenaar op sigaren en whisky. Zijn zoon doet er alles aan om niet in dezelfde problemen te raken, maar wordt uiteindelijk toch geraakt.
Dan is er Peter Kersten, de heel competente en wijze decaan. Die heeft van zijn vader een aanleg meegekregen voor zwaarmoedigheid. De vader is in dit geval bijna onzichtbaar. Peter zoekt in de enige scène die aan zijn vader gewijd is op zijn telefoon foto's van de oude man en vindt er acht, waaronder twee pasfoto's. De geringe omvang van het materiaal zegt de lezer iets over het gesloten boek dat de vader was. De belangrijkste foto toont vader en zoon in wandelkleding in de Schotse Hooglanden, samen op vakantie. Op die reis zegt de vader die avond met de whiskyfles dat hij bang was dat Peter "dat" van hem had, aanleg tot depressie, maar in de rest van het verhaal blijkt hij een van de meer evenwichtige personen.
Warmte
Weer een ander type vader is die van Veerle, de talentvolle promovenda. Haar vader is heel kritisch op het academisch werk van zijn dochter, hij vindt het allemaal maar onzin, en hij leeft in een wereld die diametraal tegenover de academische staat. Ook de vader van de postdoc Annemarie doet vooral praktisch werk: hij heeft een bouwbedrijf (het contrast tussen universiteitsbestuur en ondernemerschap is een ander draadje in het boek). En dan is er tot slot de Engelse hoogleraar Wolf, die een geruchtmakende rede houdt wanneer hem een eredoctoraat wordt uitgereikt, waarin hij zegt dat academisch werk niet langer dan vijftig jaar houdbaar blijft – nadat een begrafenisondernemer hem heeft voorgehouden dat het geen zin heeft om langer dan die periode te reserveren voor het graf van zijn vader. Daarna heeft toch niemand nog belangstelling voor de oude man. Over Wolfs vader komen we verder nog te weten dat hij bij iedere tegenslag zijn schouders ophaalde en zich afvroeg wat het belang ervan was in het licht van de eeuwigheid.
Vaders laten iedereen kortom op de een of andere manier de betrekkelijkheid van de eigen academische ambities of successen inzien.
Slechts één van de academische hoofdpersonen is zelf vader. Dat is weer Van Heuve, de o zo succesvolle hoogleraar, die iedereen alleen maar lijkt te zien als obstakel of juist drager van zijn eigen academische succes. Voor Van Heuve is zijn dochter Birgit de enige bij wie hij daadwerkelijk warmte lijkt te voelen.
Machtsgebaar
Leiderschap is een aanpalend thema in het boek: heel veel personen zijn bestuurder of zouden bestuurder willen zijn: er is een decaan, een would-be decaan, een rector en een collegevoorzitter. Engelen, die zelf ook decaan en rector is geweest, biedt hier een ongekend inkijkje in wat leiderschap betekent en welke rol gender daarin speelt.
Wie aan vaders en leiders denkt, denkt tegenwoordig natuurlijk in de eerste plaats aan het patriarchaat, en dat wordt dan ook nauwkeurig ontleed in dit boek. Als promovenda Veerle een klacht indient tegen haar promotor Van Heuve omdat die een artikel van haar onder zijn eigen naam gepubliceerd heeft, wordt ze geconfronteerd met een integriteitscommissie van mannen die vooral oog lijkt te hebben voor de belangen van de o zo belangrijke promotor. Die scène is een van de scherpste in Hoogmoed:
‘We hebben uw brief en bijbehorende stukken uitvoerig bestudeerd, mevrouw Hendrickx. U begrijpt vast dat we geschrokken zijn van uw beschuldiging.’
Veerle slikte moeizaam. ‘Ik hoop dat u nog meer geschrokken bent van wat mijn promotor gedaan heeft.’
‘Het is onze taak uit te vinden wat er precies gebeurd is.’ De voorzitter had zijn bril weer afgezet en keek Veerle onderzoekend aan. ‘Uit het feit dat u voor onze commissie verschijnt leid ik af dat u volhardt in uw beschuldiging.’
Veerle hoorde Annemarie achter zich sissen. ‘Jazeker volhard ik in mijn klacht. De zaak lijkt me duidelijk. Van Heuve heeft alle regels van wetenschappelijke integriteit geschonden.’
‘U bent verder dan wij, mevrouw. Professor Van Heuve is een vermaarde collega die overal hoog staat aangeschreven, dus ik verzoek u niet vooruit te lopen op de conclusies van deze commissie.’
Van Heuve is zelf ook een duidelijke patriarch. Als Annemarie (een postdoc) tijdens een congres een andere belangrijke hoogleraar wil tegenspreken, legt Van Heuve een hand op haar arm en schudt zijn hoofd: een vaderlijk gebaar dat tegelijkertijd een machtsgebaar is.
Kring
Maar er is ook een goede vaderlijke leider in het boek, de zorgende vader: Peter Kersten. Zijn doel als decaan is dat iedereen met plezier werkt, en hij neemt bijvoorbeeld Veerle in bescherming tegen Van Heuve als dat nodig is. Op een bepaald moment vertelt Kersten een verhaal over een koe met een dood kalfje, en de andere koeien uit de kudde die om deze twee heen zijn gaan staan.
‘Mooi verhaal, Peter, maar ik zie de link nog niet met de faculteit.’
‘Ik ook niet meer, maar ik dacht aan de onderlinge solidariteit van die beesten, een solidariteit die ik bij nogal wat van onze mensen mis.’
Onder andere in zijn aandacht voor die koeien staat Kersten ver af van de patriarch Van Heuve, die tijdens een college het woord kuddedieren juist smalend noemt.
Engelen zegt in de flaptekst dat hij geen sleutelroman heeft geschreven maar wel gebruik heeft gemaakt van 41 jaar aan de universiteit, waarvan dus een belangrijk deel als bestuurder. Ik geloof dat hij op deze manier wijze bestuurlijke raad heeft gegeven die op een andere manier niet zo makkelijk uit te drukken zou zijn geweest. De slechte vader is het hoofd van zijn gezin; de goede staat in een kring met zijn gezin.
Theo Engelen. Hoogmoed. Menuet, 2026. Bestelinformatie bij de uitgever.
.jpg)
Reacties