V. Kogan. Teaching Linguistics With Games. Routledge, 2026



Echt leren gebeurt misschien wel alleen als er iets op spel staat. Het grote voordeel van de collegezaal is dat er zoveel mis kan gaan, dat de student en de docent kunnen falen. Er is net genoeg spanning om ervoor te zorgen dat alles goed wordt opgeslagen.

Maar die druk kun je ook op andere manieren opbouwen. Bijvoorbeeld door games te maken waarin je zaken leert. Ook bij games komt een zekere spanning kijken, je kunt de opgaven bovendien steeds lastiger maken, de druk steeds iets verder opvoeren totdat spelenderwijs de kennis in het hoofd van de studenten gedrongen is. In sommige andere disciplines is dat al gebruikelijker, een nieuw boek van de Portugese taalkundige Vita Kogan laat zien hoe je het ook in de taalwetenschap zou kunnen toepassen.

Het is een aanstekelijke bundel artikelen van allerlei auteurs die de afgelopen jaren in hun universitaire onderwijs speltechnieken hebben ingezet. Het gaat daarbij altijd om de abstractere analytische vakken: fonologie, semantiek, het herkennen van schriftsystemen, de reconstructie van historische paden van klankverandering. (Dé Nederlandse taalkundige die verschillende didactische spellen heeft ontworpen, Peter-Arno Coppen, ontbreekt helaas, terwijl hij nu juist sterk is in syntaxis, en het syntactische spel in de bundel het minst interessant is in mijn ogen.) Het is een kenmerk van spellen dat ze vaak wat abstraheren van de werkelijkheid: Monopoly gaat niet over échte straten en huizen. Er worden allerlei soorten spellen gepresenteerd: van computerspelletjes om klanken te leren tot en met kaart- en bordspellen om studenten samen de semantische analyse van een zin te laten maken.

Dat werkt allemaal heel aanstekelijk: het is op zijn minst een manier om het oefenen aantrekkelijker te maken dan door de student te dwingen in zijn eentje te gaan zitten blokken en oefenen en alleen met de medestudent te communiceren om elkaar te overhoren. Ik heb daarom in een middag een Nederlandse versie van een spelletje gemaakt dat in het hoofdstuk van Nathan Sanders en Danielle Daidone wordt beschreven: IPA-zeeslag, waarmee je je kennis van de fonetische symbolen kunt oefenen voor de Nederlandse klinkers en medeklinkers. Je legt, zoals in gewoon zeeslag, schepen over een tabel met die klinkers en medeklinkers en moet raden waar de schepen van de andere speler liggen, dat kan ook de computer zelf zijn. Die ander laat het vakje alleen klinken; op basis daarvan moet je een symbool raden.

Reacties