Doorgaan naar hoofdcontent
{P} Bernhard Schlink Der Vorleser. Diogenes, Zürich, 2002 (1995). Op Internet lees je veel gejuich over dit boek, en ik kan alleen maar meeapplaudiseren. Wat een rijk, ontroerend, verwarrend boek, hét boek van dit jaar wat mij betreft. Hoewel ik moet toegeven dat ik het uiteindelijk toch iets minder lees als een filosofisch boek, of als een boek over de Tweede Wereldoorlog (die twee interpretaties worden je een beetje opgedrongen door de flaptekst), maar vooral als een liefdesgeschiedenis; het verhaal van een ontzettend ingewikkelde liefde en het spel om de macht dat elke relatie kennelijk is. Wie is er de baas? 'Zij' is 20 jaar ouder dan 'hij', maar hij komt uit een warm en intellectueel milieu, terwijl zij het ongeletterd in haar eentje moet zien te rooien. Zij slaat hem soms, maar hij is haar te slim af. Zij verraadt hem door weg te lopen, hij verraadt haar door tegen niemand over haar te spreken. Zij heeft een verschrikkelijk geheim, maar hij doet niets om haar te helpen. En als hij haar dan toch wil helpen, vlucht ze weer weg - in de dood. Ik heb over dit boek tijdens het lezen al uitzonderlijk veel nagedacht. Ik ga er nog veel over nadenken.

Oh, ik ontdek net dat de Boekgrrls niet onverdeeld enthousiast zijn. Waarvan acte. Sommige mensen maken bijvoorbeeld bezwaar tegen het feit dat dit gaat om een liefdesrelatie tussen een jongen van 15 en een 20 jaar oudere vrouw. Die mensen begrijp ik niet, die mensen snappen volgens mij dit boek niet. Waarom moet er altijd van alles veroordeeld worden? Gaat dit boek nu juist niet (ook) over de moeilijkheid van morele verontwaardiging en veroordeling?

Het einde is prachtig omdat de allerlaatste zin ontbreekt (de geliefde Hanna is dood en heeft geld nagelaten voor een goed joods doel):

Hannas Geld habe ich gleich nach der Rückkehr aus New York unter ihrem namen der Jewish League Against Illiteracy überwiesen. Ich bekam einen kurzen computergeschriebenen Brief, in dem die Jewish League Ms. hanna Schmitz für ihre Spende dankt. Mit dem Brief in der Tasche bin ich auf den Friedhof zu Hannas Grab gefahren. Es war das erste und einzige Mal dass ich an ihrem Grab stand.

Ongeveer elk woord uit deze passage zit boordevol melancholie en verdriet. Hanna had dat geld zelf nooit zo ingewikkeld kunnen versturen. Die Jewish League heeft duidelijk geen idee wat dit geld betekent. Kennelijk wil de verteller nooit meer naar dat graf (en verraadt hij haar opnieuw). Maar wat verzwegen wordt: heeft hij die brief aan dat graf nu wel of niet voorgelezen?

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …