21.11.02

{P} Bernhard Schlink Der Vorleser. Diogenes, Zürich, 2002 (1995). Op Internet lees je veel gejuich over dit boek, en ik kan alleen maar meeapplaudiseren. Wat een rijk, ontroerend, verwarrend boek, hét boek van dit jaar wat mij betreft. Hoewel ik moet toegeven dat ik het uiteindelijk toch iets minder lees als een filosofisch boek, of als een boek over de Tweede Wereldoorlog (die twee interpretaties worden je een beetje opgedrongen door de flaptekst), maar vooral als een liefdesgeschiedenis; het verhaal van een ontzettend ingewikkelde liefde en het spel om de macht dat elke relatie kennelijk is. Wie is er de baas? 'Zij' is 20 jaar ouder dan 'hij', maar hij komt uit een warm en intellectueel milieu, terwijl zij het ongeletterd in haar eentje moet zien te rooien. Zij slaat hem soms, maar hij is haar te slim af. Zij verraadt hem door weg te lopen, hij verraadt haar door tegen niemand over haar te spreken. Zij heeft een verschrikkelijk geheim, maar hij doet niets om haar te helpen. En als hij haar dan toch wil helpen, vlucht ze weer weg - in de dood. Ik heb over dit boek tijdens het lezen al uitzonderlijk veel nagedacht. Ik ga er nog veel over nadenken.

Oh, ik ontdek net dat de Boekgrrls niet onverdeeld enthousiast zijn. Waarvan acte. Sommige mensen maken bijvoorbeeld bezwaar tegen het feit dat dit gaat om een liefdesrelatie tussen een jongen van 15 en een 20 jaar oudere vrouw. Die mensen begrijp ik niet, die mensen snappen volgens mij dit boek niet. Waarom moet er altijd van alles veroordeeld worden? Gaat dit boek nu juist niet (ook) over de moeilijkheid van morele verontwaardiging en veroordeling?

Het einde is prachtig omdat de allerlaatste zin ontbreekt (de geliefde Hanna is dood en heeft geld nagelaten voor een goed joods doel):

Hannas Geld habe ich gleich nach der Rückkehr aus New York unter ihrem namen der Jewish League Against Illiteracy überwiesen. Ich bekam einen kurzen computergeschriebenen Brief, in dem die Jewish League Ms. hanna Schmitz für ihre Spende dankt. Mit dem Brief in der Tasche bin ich auf den Friedhof zu Hannas Grab gefahren. Es war das erste und einzige Mal dass ich an ihrem Grab stand.

Ongeveer elk woord uit deze passage zit boordevol melancholie en verdriet. Hanna had dat geld zelf nooit zo ingewikkeld kunnen versturen. Die Jewish League heeft duidelijk geen idee wat dit geld betekent. Kennelijk wil de verteller nooit meer naar dat graf (en verraadt hij haar opnieuw). Maar wat verzwegen wordt: heeft hij die brief aan dat graf nu wel of niet voorgelezen?

Geen opmerkingen: