Doorgaan naar hoofdcontent

Beter dan een roman

{P} Joris van Casteren. De man die 2 1/2 jaar dood lag. Berichten uit het nieuwe Nederland. Amsterdam, Prometheus, 2003.

Ik hoop maar dat Joris van Casteren geen romans gaat schrijven, maar zijn tijd blijft besteden aan het schrijven van mooie reportages zoals deze. Het gebeurt nogal vaak dat iemand die zoiets kan na verloop van tijd de ambitie krijgt om eens iets 'échts' te schrijven, en een roman is dan voor veel mensen helaas het enige wat telt. Maar dat zou zonde zijn in het geval van Van Casteren. Journalisten zoals hij, daar wil ik alles van lezen.

Het eerste stuk, 'Goudhaantjes', vind ik meteen het mooiste. Het gaat over een groepje mannen die elke dag bij elkaar komt bij een bankje op het gemeentehuis van Amsterdam, die een beetje sjacheren, wat ruzie maken met elkaar, en verder niemand hebben. Hoe krijg je zo'n contact met die mensen dat je er zo'n mooi stuk over kunt schrijven? "Cor herschikt de ene lok waarin hij al zijn haarrestanten heeft gekamd. 'Als ik doodga, heb ik gezegd tegen mijn zoon, zet je een container voor de deur en hooi je de hele kankerzooi naar buiten, alles.' Uit sommige stukken heb ik ook echt wat geleerd: er staat een artikel in over de angst en afkeer die moslims vanwege hun geloof hebben voor honden. Kijk, daar was ik nu helemaal niet van op de hoogte. (Er waren trouwens ook artikelen die ik al eerder gelezen had en die toen een grote indruk gemaakt hadden; bijvoorbeeld dat over de manier waarop station Lelylaan eerst verloederde en hoe er daarna weer orde op zaken werd gesteld door een particulier bewakingsbedrijf.)

Voor mij kunnen de meeste Nederlandse romans niet tegen een boek als dit op.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…