Doorgaan naar hoofdcontent

Margaret Atwood. The Blind Assassin.

Margaret Atwood. The Blind Assassin. London: Virago, 2004 (2000).

Voor de grap gebruik ik weleens de volgende definitie van een 'vrouwenboek': een boek waarin het belangrijk is dat de hoofdpersoon een zus heeft. Relaties zijn belangrijk in zulke boeken, en familierelaties en relaties tussen vrouwen al helemaal. Het is een beetje een flauw grapje aan de ene kant, maar aan de andere kant passen een heleboel vrouwenboeken erin.

The Blind Assassin past in deze definitie, en is het ook door een vrouw geschreven, maar is het op andere manieren toch ook weer niet een echt vrouwenboek — ik bedoel natuurlijk eigenlijk vooral het soort boek dat door een kook- en leesclubje gelezen wordt en daarna besproken voor de gezelligheid. Je kunt je bijvoorbeeld met de hoofdpersoon niet gemakkelijk identificeren, die is daarvoor te openhartig over al haar onaangenaamheden. Bovendien is de structuur van het verhaal nogal ingewikkeld. Er is in dit boek The Blind Assassin een groot deel van de tekst opgenomen van de roman die een van de zussen publiceerde, en die ook The Blind Assassin heet. In dat verhaal vertelt een man aan een vrouw een science-fictionverhaal over een blinde huurmoordenaar (die op zijn beurt om bepaalde redenen zijn best doet om raadseltjes te kunnen vertellen). Daar komt dan ook nog eens bij dat science fiction nu niet meteen iets is dat je met vrouwenboeken associeert, en het is dan ook niet zo gek dat er op boekgrrls over die hoofdstukken wordt geklaagd.

In sommige opzichten ben ik ook een beetje een vrouw. Het verhaal is af en toe wel een beetje erg geconstrueerd. Er zit heel erg duidelijk een plot in die de spanning erin moet houden. Je wordt als lezer geacht je door de zeshonderd bladzijden heen te slepen omdat je wil weten hoe dat verder gaat. Ik houd niet zo van dat soort spanning. Toch heb ik het wel helemaal uitgelezen, al was dat voor een deel ook wel omdat ik zo'n boek nu ook wel eens wilde uitlezen. Het interessantst vond ik de relatie tussen de twee zusters, die allebei op eigen wijze iets onbegrijpelijks hebben en houden. Dat vind ik mooi. Een kook- en leesclubje lijkt me trouwens best gezellig. Ik wou dat ik er in een zat.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …