Doorgaan naar hoofdcontent

Martin Walser. Tod eines Kritikers

Martin Walser. Tod eines Kritikers. List: 2003 (2002).

Een beroemde Duitse literair criticus wordt vermoord nadat hij eerder op de avond in zijn populaire tv-programma een boek van een schrijver afgekraakt heeft. Die schrijver wordt verdacht, maar een andere schrijver probeert zijn onschuld te bewijzen. Tot blijkt dat de criticus helemaal niet vermoord is, maar zich een tijdje heeft teruggetrokken met een geliefde. Dan blijken de twee schrijvers ook nog eens één en dezelfde persoon te zijn.

Een aardig boek over de machteloze woede die je kunt voelen als je als schrijver na jarenlang werk om showtechnische redenen op de tv wordt afgebrand, zou je kunnen zeggen. Dat is het ook, al wordt er wel erg veel geleuterd, en worden er soms om mij niet helemaal begrijpelijke redenen ineens weer nieuwe personages ingevoerd. (De verdachte schrijver eindigt in het gekkenhuis. Daar ontmoet hij een gek, Mani Mani. Van die gek krijgen we vervolgens een pagina's lange monoloog te lezen. Waarom?)

Ik meende me te herinneren dat er bij het verschijnen van dit boek in Duitsland rumoer ontstond. In de 'vermoorde' criticus is ook wel heel makkelijk Marcel Reich-Ranicki te herkennen. Men meende dat het boek 'dus' antisemitisch was. Dat leek me eigenlijk onzin: aan die criticus worden allerlei slechte eigenschappen toegekend, dat is nogal logisch, hij wordt namelijk gehaat door de personages. Ik vond niet eens dat de criticus in het boek er nu zo slecht vanaf kwam, ik had niet eens het gevoel dat de schrijver de criticus net zo haatte als sommige personages. Het is meer een spel met die woede, die inderdaad een beetje delicaat is omdat hij zich richt van een Duitser op een jood; maar dat komt in het boek ook aan de orde. Toch, is als je de recensies leest wel wat anders aan de hand; er worden wel wat steken onder de gordel gegeven, zo van 'die man heeft nooit iets ergs meegemaakt' en 'die man kan ook niet vermoord worden' -- tiens.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …