Doorgaan naar hoofdcontent

Hans Warren en Mario Molegraaf. Griekenland. Verhalen van een land. Amsterdam: Meulenhoff, 1985.

In de inleiding tot deze bundel verhalen en gedichten over allerlei streken in Griekenland citeert Hans Warren de dichter Yorgos Seferis: "...De Griekse taal, de mens, de zee... Bedenkt toch eens hoe verbazingwekkend het is dat we vanaf de tijd dat Homeros sprak tot op vandaag spreken, ademhalen en zingen met gebruik van dezelfde taal." En, zegt Warren dan 'Deze woorden kunnen Griekse schoolkinderen aansporen, wij kunnen er enkel jaloers op zijn.' Van die jaloezie is deze bloemlezing vervolgens doordrenkt: bijna alle fragmenten gaan eigenlijk alleen maar over het moderne Griekenland als een land waarin je de oudheid nog terug kunt vinden. De mensen lijken er nog op, de zee is er nog dezelfde, er liggen nog dezelfde stenen.

In zijn inleiding heeft Warren dan verder nog wel wat bewondering voor de moderne folklore — het oude vrouwtje dat een takje baslicum afbreekt — maar verder komt de twintigste eeuw in het boek niet voor: er zijn geen oorlogen of burgeroorlogen of dictaturen geweest, nee denken aan Griekenland is volgens de achterflap 'in zwarte tijden denken aan de vrijheid, op een regendag denken aan de zon, het is bij alles wat lelijk is denken aan schoonheid en poëzie". In zijn inleiding schrijft Warren dan ook: "Mijn liefde voor Griekenland en alles wat Grieks is, oud en nieuw, is blind en absoluut. Ik wil en ik kan er geen kwaad over horen." Het heeft, blijkens deze bloemlezing, een nogal kitscherig beeld opgeleverd.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …