Doorgaan naar hoofdcontent

Amos Oz. Plotseling in het woud. Amsterdam: De Bezige Bij, 2006 (Pitom beomek hajaar, 2005)

Van Amos Oz heb ik eerder twee romans gelezen — eerder schreef ik hier over De derde toestand — en dat waren heel realistische boeken. Van De derde toestand begrijp je pas hoeveel verbeeldingskracht erachter zit, als je beseft dat de hoofdpersoon nooit dezelfde man kan zijn als de schrijver.

Dit boekje, Plotseling in het woud, is heel anders. Het vertelt een sprookje. Ik houd eigenlijk niet van sprookjes of van fantastische verhalen. Dat gaat zelfs zover dat ik droompassages in boeken als De derde toestand een beetje ongeduldig doorneem. Maar Plotseling in het woud heb ik in een adem doorgelezen.

Aan het verhaal zal het dus niet hebben gelegen, want dat is onrealistisch genoeg: uit een onbestemd dorpje ver weg zijn ooit alle dieren verdwenen, zelfs de vissen uit een emmer die buiten stond. De volwassenen willen het er niet meer over hebben, maar twee kinderen gaan op onderzoek uit en ontdekken wat er aan de hand is: een man die altijd gepest en getreiterd werd, is ooit uit het dorp weggetrokken en alle dieren gingen met hem mee.

Merkwaardig is dat je bij zo'n verhaal altijd een 'diepere bedoeling' verwacht, en dat die ook wordt gegeven (het is een verhaal over aanpassing en uitsluiting). Dat hoort kennelijk bij het sprookje.

Wat het boekje dan uiteindelijk zo mooi maakt, zo prettig, is de dichterlijke stijl. De vertaling moet ook wel heel goed zijn, je hebt geen moment het idee dat je een vertaling leest. Maar vooral: je ontdekt ook ineens een heel nieuwe kant aan het schrijverschap van Oz. Het maakt zijn vorige romans ineens ook weer interessanter.

Reacties

Hilde Pach zei…
Beste Marc,
Ik kwam je blog tegen over Plotseling diep in het woud (Pitom beomek (niet: bejamak) hajaär) en zag tot mijn genoegen dat je positief oordeelt over de vertaling. Dat doet mij als vertaler van het boek natuurlijk goed, maar juist omdat je blijkbaar beseft hoe belangrijk een goede vertaling is, doet het me dan weer verdriet dat je de naam van de vertaler er niet bij vermeldt.
En nog een tip: vorige week is de vertaling verschenen van een nieuwe novelle van Amos Oz, Verzen van het leven en de dood. ik hoop dat die je ook zal bevallen.
Hartelijke groet,
Hilde Pach
MvO zei…
Beste Hilde,

Hoog bezoek op dit weblog! Ik ben zeer vereerd.

Je hebt gelijk, de vertalers mogen ook best genoemd worden, zeker als ze zulk prachtig werk doen. Ik ga mijn leven beteren.

Marc

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …