Doorgaan naar hoofdcontent

Gerrit Krol. Duivelskermis. Roman. Amsterdam: Em. Querido, 2007.

Gerrit Krol - Duivelskermis'Roman' staat er op dit boekje van 93 pagina's, de omvang van een novelle, maar Gerrit Krol heeft er altijd van gehouden om genres door elkaar te gooien. En in dit boekje wordt er sowieso ongelooflijk gelogen. In een voorwoord laat Krol bijvoorbeeld weten dat het hem te doen is om zijn eigen demonen, de verschijningen die hij ziet als bijwerking van zijn medicijn tegen Parkinson. Maar die verschijnselen legt hij wel in de mond van een jongen die vier jaar na zijn middelbareschooltijd naar Maastricht afreist om daar een vriendin (Maria) te vinden en ondertussen van het ene erotische avontuurtje in het andere vervalt. Hebben zulke jonge jongens last van Parkinson? Op bladzijde 72 komt het even ter sprake ('Hoe oud ben je?' 'Dertig.' 'Dan heb jij geen Parkinson, vader?' [...] Ik had die pillen meegenomen om de bijverschijnselen te kunnen bestuderen.). Maar hoe kan die jongen dertig zijn, vier jaar na de middelbare school?

En zo maakt het geheel een zeer hallucinerende indruk, die je gemakkelijk kunt vergelijken met het werk van Jeroen Bosch. Te gemakkelijk: want er zit meer in het boekje; Krollige humor bijvoorbeeld, die toch altijd weer droog en sterk de kop opsteekt:

Dat het een demon is waar je mee praat, zie je soms pas aan een spleet in zijn kop. Daarbinnen zie je allerlei rommel, die hij erin gestopt heeft om maar op een intellectueel te lijken: een paperclip, het dopje van een balpen, dat soort dingen.

Belangrijk in het boek is ook de verhouding tussen mannen en vrouwen, en dat dan op allerlei manieren. Op het omslag zie je een mannetje dat in de grote boezem van een grote vrouw verdwijnt — een bekend thema in Krols werk, zullen we maar zeggen. Maar er wordt ook geworsteld, en ergens komt ook, zonder uitleg, Valerie Solanas, ter sprake, als een vrouw die door een van de vriendinnen van de hoofdpersoon bewonderd wordt. Met Parkinson heeft dat allemaal natuurlijk weinig te maken — dit boek is rijker dan Parkinson.

Ik schreef hier al over meer werk van Gerrit Krol.

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…