Doorgaan naar hoofdcontent

Nikos Kazantzakis. Alexis Sorbas. München/Zürich: Piper, 2005 ('Vios ke politia tou Alexi Zormpa', 1946)

Alexis Zorbas ziet weinig in taal; hij danst liever. Al helemaal houdt hij niet van boeken; hij leeft liever. Waarom zijn dertig jaar jongere baas, de verteller van dit verhaal, wel zoveel leest, begrijpt hij niet. Als Zorbas hem aan het eind van het boek vraagt naar de belangrijke vragen van het leven — wat is de zin van het bestaan en waarom moeten wij sterven? — moet de verteller toegeven dat hij het ook niet weet.

[Alexis Sorbas] verstummte ein paar Augenblicke, und plötzich legte er heftig los: »Wozu liest du eigentlich diese staubigen Schmöker? Zu welchem Zweck? Wenn sie dir nicht das sagen, was überhaupt?«

»Sie erzählen von der Ratlosigkeit des Menschen, der auf das wonach du fragst, nicht antworten kann, Sorbas.«

»Ich pfeife auf ihre Ratlosigkeit.«, rief er aus und stampfte mit dem Fuss auf.

Daarmee wordt Alexis Sorbas ('Zorba de Griek', maar dat is een slechte vertaling van de titel, vind ik) samengevat. Net als The last temptation, dat ik onlangs las, is ook deze roman misschien vooral interessant vanwege een personage achter de schermen: de schrijver, die zo duidelijk worstelt met de belangrijke vragen van het leven. Dit boek staat vol gedachten, en mogelijke keuzes die je kunt maken in het leven, en tweestrijd.

Dat de verteller uiteindelijk een keuze denkt te moeten maken die in ieder geval de mijne niet zou zijn, doet er niet eens zoveel toe. Aan het eind van het boek laat hij duidelijk blijken dat hij een leven zoals Sorbas leidt — zonder aarzeling overal opaf — verkieselijk vindt boven zijn eigen leven van contemplatie en boeken. Ik denk niet dat het ene beter is of slechter dan het andere. In dit boek hebben bovendien beide mannen soms iets afstotends, bijvoorbeeld als het gaat om hun idee van vrouwen. De verteller is te terughoudend of verlegen om ze te benaderen, maar Sorbas heeft alleen maar 'medelijden' met ze, wat zich uit in een voortdurende bereidheid om ze te troosten door met ze naar bed te gaan. Een echt vrouwelijke persoon die iets anders wil dan getroost worden komt in het boek niet voor.

Op de achtergrond, maar nauwelijks verborgen, speelt homoseksualiteit een rol. De verteller begint zijn verhaal met afscheid te nemen van een vriend die de Grieken in de Caucusus gaat bevrijden. Die vriend lijkt wel de grote liefde te zijn van de verteller — totdat deze gefascineerd raakt door de lichamelijkheid van Zorba . Belangrijker is nog een zijlijn in het verhaal, over Zacharias, een psychotische monnik die zijn klooster in brand steekt. De aanleiding daarvoor is dat een oudere monnik een veel jongere monnik heeft neergeschoten, waarbij heel sterk de suggestie wordt gewekt dat zich tussen die twee van alles heeft afgespeeld.

Ondertussen raak ik steeds gefascineerder door die Kazantzakis: wat een man was dat. Ooit wil ik in ieder geval ook het vervolg lezen dat hij schreef op de Odyssee

Reacties

Martin Visser zei…
Dit is inderdaad een prachtig boek. Helaas is Kazantzakis bij ons niet zo bekend en in de boekhandels slecht verkrijgbaar.

Ik las Zorba de Griek nadat ik Christus wordt weer gekruisigd had gelezen. Dat is zo mogelijk een nog mooier boek van Kazantzakis. Over een herdersjongen die aan een passiespel gaat meedoen en misschien ietsje te veel in zijn rol opgaat. Nu twee keer gelezen en nog steeds erg mooi.

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…