Doorgaan naar hoofdcontent

Euripides. Medea. New York: Dover Publications, 1993. (Vert. Rex Warner; Medeia, 431 v. Chr.)

Medea is ooit als een vreemdelinge meegegaan met haar Griekse man Jason naar de Griekse stad Corinthe, maar nu heeft haar man haar verlaten voor een Corinthische prinses. En wat moet je dan nog? Ze is een intelligente vrouw, Medea, en krachtig bovendien — ze beschikt over allerlei toverkrachten. Ooit heeft ze voor Jason twee kinderen gebaard, maar ze windt er geen doekjes om dat ze daar eigenlijk te mannelijk voor is: liever had ze op het slagveld gestreden. Nu schreeuwt ze het uit, want alles is voor niets geweest. Ze besluit actie te ondernemen, Jasons nieuwe vrouw om te brengen, en ook haar kinderen, voor wie ze toch geen toekomst meer ziet.

De tegenstrijdige gevoelens van een moeder die haar kinderen vermoordt, de machteloze woede van iemand die alle schepen achter zich verbrand heeft en nu ineens ontdekt dat ze in haar nieuwe huis niet thuis meer is, de verbittering van de vrouw die voor een waarschijnlijk jongere en in ieder geval machtigere ander wordt verlaten: de gevoelens zijn zeer heftig in Medea. Toch werd ik nog wel het meest gegrepen door de psychologie, door de fraaie monologen en dialogen. Zelden zulke heftige echtelijke ruzies bijgewoond als in Medea;

Jason
O children, what a wicked mother she was to you!

Medea
They died from a disease they caught from their father.

Jason
I tell you that it was not my hand that destroyed them.

Medea
But it was your insolence, and your virgin wedding.

Jason
And just for the sake of that you chose to kill them.

Medea
Is love so small a pain, do you think, for a woman?

Jason
For a wise one, certainly. But you are wholly evil.

Medea
The children are dead. I say this to make you suffer.

Enzovoort. De emoties spatten duizenden jaren later nog in het rond.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …