Doorgaan naar hoofdcontent

Dante Alighieri. De goddelijke komedie. Amsterdam: Wereldbibliotheek, 1980 (1321).

Sommige boeken zijn zo belangrijk dat ze gratis zijn. De tekst van Dantes Goddelijke Komedie kun je in allerlei talen op het internet vinden, ook in een voorgelezen vorm. Ik heb besloten hem te beluisteren zoals hij in de jaren tachtig door de Amsterdamse lerares Nederlands en Geschiedenis Toetje Butzelaar is voorgelezen. Dat audioboek kun je gratis downloaden van de website van de VPRO (waarbij je dan voor lief moet nemen dat bij de digitalisering wat kleinigheden mis zijn gegaan).

Ik weet niet of ik kan zeggen dat ik echt genoten heb van de Komedie. Daarvoor is de wereld van Dante me toch te vreemd, en misschien de voordracht van Butzelaar toch ook iets te afstandelijk.

Ik heb er wel veel van geleerd, vooral omdat ik ook commentaar in gesproken vorm gedownload heb. Ik volg al een tijdje een podcast van de Amerikaanse filosoof Hubert Dreyfus (Berkeley), die me veel dingen heeft duidelijk gemaakt over dit enorme boek (en eerder over de Odyssee en de Aeneis). Bijvoorbeeld dat het een heel duidelijk kenmerk is van een middeleeuws wereldbeeld als dat van Dante dat je werkelijk alles en iedereen keurig op een rijtje wil zetten: van de zondaars in de hel tot de heiligen in de hemel heeft iedereen een precies bepaalde eigen plaats in de universele rangschikking van de dingen. Maar vooral ook dat er uiteindelijk zoveel inconsistenties in het hele werk zitten dat het uiteindelijk onder zijn eigen ambitie om alles op een rijtje te zetten bezwijkt. Er zijn nogal wat paradoxen, die volgens Dreyfus vooral veroorzaakt worden door de poging om de Grieks-Romeinse filosofie te verenigen met het Christendom. Waar de eerste streeft naar stoïcisme, afkeer van lichamelijkheid en abstractie, zag de tweede juist een hoog goed in de ene concrete, liefhebbende mens. Het is Dantes verdienste dat hij de combinatie van die twee dingen zo goed heeft doordacht dat je in zijn werk kunt zien hoe onverenigbaar ze zijn. Aan het eind van de Goddelijke Komedie zijn we uiteindelijk nog steeds in het midden van een donker woud.

Reacties

Anoniem zei…
Ik vond deze site zeer interessant, maar ik vond de tekst niet in het Nederlandse.Lázarus

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …