Doorgaan naar hoofdcontent

Jodi Picoult. The Tenth Circle. London: Hodder, 2006.

Daniel en Laura Stone hebben een vreedzaam gezin: hij is een redelijk succesvol striptekenaar, zij geeft een populair college over Dante. Samen hebben ze een lief dochtertje, dat ze Trixie hebben genoemd, naar Beatrice. Alles is pais en vree, totdat de veertienjarige Trixie huilend thuiskomt om te vertellen dat haar ex-vriendje haar verkracht heeft.

Dat zijn de ingrediënten voor het boek The Tenth Circle van Jodie Picoult, een schrijfster die ieder jaar een spannend boek schrijft naar aanleiding van een actueel thema — haar laatste gaat over een schietpartij op een middelbare school — en die daarmee een zekere populariteit heeft verworven; ook onder mensen om mij heen.

Voor mij draagt het boek te duidelijk de kentekenen van een formule om me mee te slepen: een mix van een actueel probleem (in dit geval de verwilderende zeden der Amerikaanse jeugd), diep menselijke zorgen en zaken waar je wat van kunt opsteken — je leert wat over Dante, over DNA, over het Yupik en over Alaska.

Het is wel knap gedaan, maar doordat het schrijfwerk er zo duidelijk doorheen schemert, raak ik als lezer in ieder geval niet eno rm betrokken. Heel knap worden bijvoorbeeld bepaalde motieven van Dante — wiens Divina Commedia ik toevallig momenteel ook aan het lezen ben — door het boek heen geweven: de gedachte dat de hel bestaat uit je vervulde wensen, en de gedachte dat het in het binnenste van de hel niet heel heet is, maar juist vriest, omdat je er niet meer bewegen kan, want alle beweging komt van De Onbewogen Beweger, bijvoorbeeld. Tegelijk wordt er ook nog een aardige eigen moderne draai aan gegeven: de tiende cirkel van de hel is in de eenentwintigste, zelfpsychologiserende eeuw, gereserveerd voor degene die zichzelf niet kent, die liegt tegen zichzelf.

Tegelijk heb je het idee dat Picoult helemaal niet zo geïnteresseerd is in Dante, dat ze het alleen gelezen heeft als research voor haar eigen boek. Waarom hem er bijgehaald? Alleen omdat boeken die verwijzen naar de klassieken (Da Vinci Code) populair zijn? Of waarom de hoofdstukken afgewisseld met een zogenaamd door Daniel getekend stripverhaal? Ze doet wel haar best om de lezer op allerlei manieren te onderhouden, maar wat wil Jodi Picoult nu eigenlijk zelf?

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Pauline Slot. Dood van een thrillerschrijfster. Amsterdam: De Arbeiderspers, 2016.

Er zijn te veel schrijvers in de wereld, en te weinig lezers. Zo zit het in ieder geval in de wereld van Pauline Slots nieuwe roman Dood van een thrillerschrijfster. In het hele boek komt er, afgezien van een enkele Griek, slechts één persoon voor die niet schrijft maar leest – al lijkt zelfs deze Stephen even te flirten met de gedachte dat hij weleens een kookboek zou willen maken.

Het boek speelt zich af in een schrijversretraitecentrum in Griekenland dat gedreven wordt door een Nederlandse schrijfster en haar Canadese man (de lezer). Een paar weken per jaar stellen zij hun huis open voor Nederlands- en Engelstaligen die er aan hun boek werken.

Waarom willen al die mensen schrijven? Vooral om schrijver te zijn. Waarom willen ze schrijver zijn? Dat wordt niet helemaal duidelijk, al gaat het er bij de meesten vooral om dat ze rijk en beroemd willen worden. (Er zijn er ook die een intrigerende dichtbundel schrijven of een proefschrift, maar zij zijn in de minderheid.)

Dood van een thril…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…