Doorgaan naar hoofdcontent

A.J. Jacobs. The Year of Living Biblically. New York: Simon and Schuster, 2007.

A.J. Jacobs moet een beetje gek zijn. Anders ga je toch niet als zelfverklaard agnost — hij is naar eigen zeggen wel joods, maar dan 'in de zin waarin Olive Garden een Italiaans restaurant is' — alle regels van de bijbel zo letterlijk mogelijk te volgen. Dus ook de regel dat je geen kleding mag dragen waarin wol en linnen tegelijk zijn verwerkt. Of de regel dat je overspeligen moet stenigen. Of de regel dat je een os moet slachten in de buurt van een onopgeloste moord.

Gelukkig is Jacobs in de eerste plaats behalve gek ook onweerstaanbaar grappig. Als een vrouw eindeloos tegen hem zit aan te klagen, zegt hij: 'Zij is de Fidel Castro van het klagen'. Als hij beschrijft hoe werkverslaafd zijn vader en hij zijn, vertelt hij dat ze zelf zitten te schrijven terwijl ze op hun laptop een dvd bekijken; nou ja, bekijken: af en toe spiekt hij even 'om te zien of het beeld nog beweegt'.

En behalve gek en grappig is Jacobs uiteindelijk ook serieus op zoek naar hoe dat nu eigenlijk zit met die bijbel. Wat beweegt mensen (hij interviewt onder meer ultra-Orthodoxe joden, Amish en Jehovah's Getuigen) om zich in onze tijd zo letterlijk aan dat oude boek te houden? Hoe kan er in een boek zo'n combinatie van fundamentele morele regels (gij zult niet stelen) met absurde detail voorkomen (als een man x in gevecht raakt met een man y, en de vrouw van x komt haar man te hulp en grijpt y in het kruis, dan heeft y het recht haar hand af te hakken). Wat zegt de bijbel ons nu nog? Jacobs vindt de antwoorden natuurlijk ook niet, maar hij heeft wel een jaar lang oprecht gezocht.

Reacties

A.J. Jacobs, dat is de man die ook de Britannica van kaft tot kaft uitlas. Hij schreef daarover een boeiend, niet van humor gespeend verslag:

http://www.amazon.com/Know-All-Humble-Become-Smartest/dp/B000OV170C/ref=pd_bbs_sr_2?ie=UTF8&s=books&qid=1196081764&sr=8-2

Ook in het Nederlands vertaald, 'Ik weet alles!'.

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …