8.12.07

Franz Kafka. Der Process. Frankfurt: Fischer, 2006 (1925).

Onmiddellijk Misdaad en Straf en 1984 heb ik alwéér een boek gelezen over een eenzame misdadiger tegen de rest van de mensheid. Het verschil is natuurlijk dat Jozef K. in dit boek echt geen idee heeft welk misdrijf hij precies gepleegd heeft. Het Proces laat zien dat dit niet uitmaakt: als iedereen begint te geloven dat er iets mis met je zal zijn, ga je het gaandeweg zelf geloven.

Want eigenlijk is er in Het Proces helemaal geen sprake van kafkaëske toestanden, in de zin van de eenling tegenover een redeloos maar machtig apparaat. De bureaucratie hangt in dit boek eigenlijk met pleisters en sitaltouwtjes aan elkaar: de kantoren bevinden zich op zolders, de rechters lezen softporno en als Jozef K. niet zou meedoen, zou niemand hem een strobreed in de weg leggen. "Der Gericht will nichts von Dir", zegt tegen het eind van het boek de 'gevangeniskapelaan' tegen K. "Es nimmt Dich auf wenn Du kommst und es entlässt Dich wenn Du gehst." Het is Jozefs eigen schuldgevoel dat hem uiteindelijk in het mes van de 'rechtbank' laat lopen.

Mooi aan dit boek is ook de onbegrijpelijkheid van vrijwel alle personages: de vrouwen die zich min of meer zomaar in K.'s armen werpen, de mensen die zich al dan niet in de rechtbank zomaar om hem bekommeren. Jozef K. is volkomen alleen in een onbegrijpelijke wereld, maar daar heeft hij geen bureaucratie voor nodig. Hij maakt hem zelf, die onbegrijpelijkheid.

Geen opmerkingen: