Doorgaan naar hoofdcontent

Gregory Chaitin. Metamath! The Quest for Omega. New York: Vintage Books, 2006 (2005).

Dit is een mislukt, amateuristisch geschreven en bij vlagen nauwelijks te begrijpen boek, dat ik in één adem heb uitgelezen. Gregory Chaitin is de bedenker of ontdekker van het getal Ω (omega) - een voorbeeld van een volkomen onvoorspelbaar getal, een getal dat je alleen zou kunnen uitdrukken door het helemaal op te schrijven, terwijl het oneindig veel cijfers achter de komma heeft. Van zulke getallen moeten er oneindig veel zijn, maar juist doordat ze alleen zijn uit te drukken door ze helemaal op te schrijven, is het moeilijk om er één aan te wijzen. Chaitin heeft een manier bedacht om dat wel te doen. In dit boek legt hij uit hoe hij dat heeft gedaan – en dat doet hij op een heel duidelijke manier, ondanks die paar wat duistere passages.

Chaitin legt in zijn boek ook uit dat hij niet houdt van droge opsommingen. Hij wil dat de persoonlijkheid van de pagina's afspat, en dat probeert hij vervolgens ook zelf met alle macht te doen, van de pagina's afspatten. Hij doet dat vooral door heel veel uitroeptekens te gebruiken. Allemachtig, wat staan er veel uitroeptekens in dit boek, en dat heus niet alleen omdat het veel over het wiskundige begrip faculteit gaat. De laatste zin van het boek is zelfs:

Thank you for reading this book and taking this journey with me!

Maar je wilt Chaitin dat alles als lezer graag vergeven, omdat hij zo enthousiast is dat hij al die uitroeptekens echt lijkt te menen, en bovendien over zulke fijne dingen enthousiast is: over Gödel en Turing bijvoorbeeld, of over Leibniz, de grootste intellectuele held uit de geschiedenis der mensheid, en over een verhaal uit Der Process van Kafka, dat ik onlangs gelezen heb. En Chaitins eigen geschiedenis, hoe hij tot zijn wonderbaarlijke getal gekomen is, dat is ook een prachtig verhaal. Wat is de wereld toch mooi, dat er zulke ideeën in bestaan!

Reacties

Populaire berichten van deze blog

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Nick Hornby. Funny Girl. Penguin, 2015.

Nick Hornby leeft in een fijne wereld, die uit twee kanten bestaat. Aan de ene kant is er competent uitgevoerd werk. Aan de andere kant bestaat er pretentieloos, maar daarom niet minder competent uitgevoerd vermaak.

Het is een wereld van romantische komedie, zij het dat die komedie ook nog best 30 jaar door kan gaan en dan nog altijd niet verzuurt. Het is een wereld waarin je af en toe geniet van een voetbalwedstrijd en dan weer van een goed boek. Het is een wereld waarin je niet eens heel veel moeite hoeft te doen om mooie, door veel mensen gemaakte dingen hoeft te maken, omdat het je eigenlijk allemaal aan komt waaien.

Het is in dit boek de wereld van Barbara uit Blackpool die aan het begin van de roman – die zich afspeelt in de jaren zestig – wegloopt als ze tot Miss Blackpool verkozen wordt en denkt dat er iets beters op haar wacht en die dan binnen korte tijd inderdaad haar eigen sitcom krijgt op de BBC. Die moeiteloos vervolgens miljoenen kijkers aan zich bindt.

Veel spanning zi…