Doorgaan naar hoofdcontent

Kenneth Branagh. Hamlet by William Shakespeare. Screenplay, Introduction and Film Diary. Lotto: Chatto and Windus, 1996 (1601).

Ruim tien jaar geleden werd de 'nieuwsgroep' nl.kunst.literatuur opgericht, waar Nederlandstalige internetters bij elkaar kwamen om over literatuur te praten. Onder het nauwelijks verhullende pseudoniem Martin Opdop schreef ik daar ook mijn mening over allerlei boeken die ik gelezen had, een voorloper op dit weblog. Die stukjes hadden altijd de vorm van een vraag-antwoordspelletje: 'Wat heeft Martin nu weer gelezen?' Op 10 juli 1997 was het antwoord: Hamlet. (Ik dacht toen dat die stukjes zouden verdwijnen, maar ik had buiten Google gerekend. Het stukje over Hamlet staat hier; alle stukjes van Martin Opdop zijn door Google fijn hier verzameld.)

Ik telde toen dat ik dat stuk al vijf keer gelezen had en vier keer gezien. Ik geloof niet dat er in de tussentijd een keer is bijgekomen. Misschien heb ik het nog een keer gezien, maar als ik het nog eens gelezen had, zou ik me dat wel herinneren.

In 1997 wist ik niet wat ik nou precies met Hamlet aanmoest, en zo herinnerde ik me het stuk nu ook: als een onbetwist meesterwerk uit de wereldliteratuur, waarvan de hoofdpersoon mij voor raadselen stelde. 

Ik heb me nu in Hamlet ondergedompeld. Ik las de tekst in het boek van Kenneth Branagh, net als tien jaar geleden, maar deze keer luisterde ik ondertussen naar een radio-opname van de BBC die ik van het internet had gedownload. Beide versies bestrijken vrijwel de gehele tekst, dus dat was gemakkelijk te doen. Door tegelijk te lezen en te luisteren raakte ik helemaal in de tekst gevangen, en vond hem prachtig.

Er zijn natuurlijk honderden interpretaties van dit stuk en sommigen daarvan zijn zo bekend dat je ze als lezer in je achterhoofd hebt zitten: Hamlet als puber, Hamlet als eeuwige twijfelaar, Hamlet als filosoof. De interpretatie waar ik nu voor viel is geloof ik ook geen ongebruikelijke: Hamlet is een man die gevangen raakt in de smerigheid van de wereld en de politiek, die zich daar met hand en tand tegen verzet maar uiteindelijk zelf de dood van min of meer onschuldigen voor zijn rekening neemt — Polonius, Rosencrantz en Guildenstern, het zijn geen lieverdjes, maar ze hadden ook geen dood verdiend. Ik las Hamlet deze keer als een stuk over het maken van vuile handen, en genoot. En ik ben benieuwd wat ik er de volgende keer van vind.


Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …