Doorgaan naar hoofdcontent

Oliver Sacks. Musicofilia. Verhalen over muziek en het brein. Amsterdam: Meulenhoff, 2007.

Vertaling Han Visserman

Ongeveer twintig jaar geleden zag een documentaire zag ik een documentaire op tv die ik nooit ben vergeten: een film over de Engelse musicus Clive Wearing die juist alles vergeten was. Weaver is een van de ernstigste amnestiepatiënten ter wereld, die alles vergeten is wat meer dan een halve minuut geleden is gebeurd. Daardoor heeft hij doorlopend het gevoel net wakker geworden te zijn. Dat schrijft hij dan ook doorlopend op in zijn dagboek: ik ben net wakker geworden. Of hij belt zijn vrouw - een van de weinige mensen die hij zich nog levendig herinnert - om haar te zeggen dat hij er nu echt weer is, en dat hij naar haar verlangt. Elke keer dat zij binnenkomt vliegt hij haar dan ook in haar armen. Alleen als hij muziek speelt, lijkt de amnestie voorbij: alles herinnert hij zich, zelfs als er een herhalingsteken staat, vergist hij zich niet. (Op YouTube is een Amerikaanse documentaire uit 1999 te zien waar de BBC-film uit 1986 deels in is verwerkt.)

In zijn nieuwe boek Musicofilia vertelt de beroemde neuroloog Oliver Sacks het verhaal van Wearing, en beschrijft een verslag van een bezoek dat hij Wearing bracht. Heel veel voegt die beschrijving niet toe aan wat ik me nog herinnerde van die documentaire van twintig jaar geleden: nog steeds heeft Wearing iedere dag het gevoel dat hij net wakker geworden is. En nog steeds speelt hij prachtig piano.

Toevallig heb ik net een ander boek over de relatie tussen muziek en brein gelezen,  This brain on music van de neurowetenschapper David Levitin. Het is interessant om die twee boeken te vergelijken, omdat ze uit zulke verschillende invalshoeken zijn geschreven. Waar Levitin op zoek is naar algemene wetmatigheden &mdash Hoe zit muziek in ons aller hoofd? Hoe werkt het allemaal precies? — is Sacks duidelijk een dokter: iemand die geïnteresseerd is in zijn patiënten; die ook in ieder van hen het eigen verhaal wil zien.

In theorie heeft Sacks het makkelijker, want die kan smeuïge verhalen vertellen over verbijsterende gevallen zoals dat van Clive Weaver. Maar het boek van Levitin vind ik uiteindelijk een stuk beter. Sacks verklaart wat mij betreft wel heel weinig van wat muziek is, of wat onze hersenen precies doen, en doet dat ook vaak in vrij hopeloos gemurmel over hersenonderdelen (een arts is zijn gehoor in zijn rechteroor kwijtgeraakt 'nadat er een akoestisch neuroma in de sensibele zenuw was verwijderd'). Levitin heeft een sterker verhaal — de prachtige zoektocht naar wat de menselijke hersens kunnen.

Reacties

ijsbrand zei…
Dat speelde mij ook ernstig parten, bij het lezen van Sacks. De beroemdste ziektegevallen zijn al vrij bekend. De anonieme patiënten vervullen mij met de schaamte dat ik hun onvermogen moet aanschouwen, en ondertussen biedt Sacks te weinig dat op mijn eigen beleving slaat.
Anoniem zei…
U zult wel amnesie bedoelen?

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …