Doorgaan naar hoofdcontent

Paul Verhoeven. Jezus van Nazaret. Amsterdam: Meulenhoff, 2008.

Paul Verhoeven. Jezus van Nazaret Paul Verhoeven heeft duizend boeken over Jezus gelezen. Hij is lid van het Jesus Seminar, een groep Amerikaanse intellectuelen die proberen de 'historische' Jezus boven tafel te brengen. Dat is ook Verhoevens bedoeling, en daar heeft hij een spannend en onderhoudend boek over geschreven.
Dat is dan wel een boek geworden dat de hopeloosheid van die pogingen illustreert. Zoals Verhoeven zelf zegt, weten we maar twee dingen zeker over Jezus: dat hij gedoopt is door Johannes de Doper, en dat hij gekruisigd is in de tijd van Pontius Pilatus. Veel nieuwe zekerheden heeft ook de wetenschappelijke methode niet te bieden. Die methode behelst onder andere dat onprettige en onlogische elementen in de evangelieën het serieust moeten worden genomen, onder het motto: zoiets verzin je niet, de evangelisten hadden er alleen baat bij Jezus zo gunstig mogelijk af te schilderen.
Maar dat gaat soms wel wat ver. Toen Jezus werd opgehaald is er geweld gebruikt door zijn leerlingen. Grof geweld, volgens Verhoeven. Dat komt, Marcus heeft daar een nogal bloedig verslag van maar, vooral, Mattheus en Lucas zwakken dat af. Dat kwam omdat het gewelddadige karakter van Jezus' revolutie hen niet goed uitkwam. Dat mag zo zijn, maar waarom zou Marcus dat desalniettemin toch niet verzonnen kunnen hebben?
Het beeld van Verhoeven is wel interessant. Volgens hem was Jezus een ondernemer met een timmerbedrijf die na zijn doop ontdekte dat hij exorcismen kon bedrijven en tot de overtuiging geraakte dat het Koninkrijk van God weldra zou uitbreken, en zich daartoe in Jeruzalem vestigde. Toen het Koninkrijk uitbleef, werd de groep rond Jezus steeds wanhopiger, en deels dus ook gewelddadig, en het eindigde voor Jezus met de dood: Verhoeven maakt een paar keer de vergelijking met Che Guevara.
Dat is een mooi verhaal, verteld door iemand met verstand van verhalen, maar uiteindelijk ook niet veel meer dan dat: een verhaal. Ik heb de afgelopen twee jaar een aantal van dat soort verhalen gelezen, visies op Jezus in de vorm van een roman: hier, hier en hier. Die verhalen hadden niet de pretentie van zoektocht naar de feitelijke waarheid die Verhoeven ten onrechte wel heeft - maar wat betreft verbeeldingskracht kan de filmregisseur zich uiteindelijk met de romanschrijvers meten.

Reacties

Jan H zei…
Heb het boek net uit. Amper drie dagen nadat ik het gekocht had. Ik vond vooral knap dat Verhoeven nauwgezet zijn bronnen vermeldt (oude teksten of interpretaties door theologen) en telkens uitdrukkelijk zegt wanneer hij zelf aan het interpreteren slaat. Hij vertelt een mooi verhaal, dat een mooie film kan opleveren. Maar met hetzelfde bronnenmateriaal kan je natuurlijk ook een heel ander verhaal vertellen. Dat daarom niet meer of minder waarschijnlijk is.

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …