Doorgaan naar hoofdcontent

Barack Obama. The Audacity of Hope. Edinburgh (etc.): Canongate, 2007 (2006).

Barack Obama. The Audacity of Hope Aan het eind van The Audacity of Hope beschrijft Obama zijn eerste persconferentie als senator:

It was my first day in the building; I had not taken a single vote, had not introduced a single bill — indeed I had not even sat down at my desk when a very earnest reporter raised his hand and asked, "Senator Obama, what is your place in history?"

Even some of the other reporters had to laugh.

Het is een kenmerkende anekdote, niet alleen vanwege de lichte zelfspot, en vanwege de persoonlijke toon, maar omdat uit The Audacity of Hope vooral blijkt dat Obama toch stiekem ook wel erg bezig is met zijn plaats in de geschiedenis. Ieder onderwerp dat hij aansnijdt — de verzuring van de strijd tussen Republikeinen en Democraten, de verhouding tussen de 'rassen', het buitenlands beleid van de VS — wordt eerst en vooral in een historisch kader geplaatst. Hier is iemand aan het woord die heel erg beseft dat het nu een stapje is in de geschiedenis.

Die combinatie met het persoonlijke geeft Obama's eigen toon. Hij beschrijft hoe hij een wet door de Senaat heeft gehaald en daar heel trots over is. Hij belt zijn vrouw Michelle om uit te leggen hoe belangrijk die wet is en zij zegt: 'We hebben mieren! Neem jij onderweg naar huis wat lokdoosjes mee?'

Het boek is zo goed geschreven dat je af en toe een beetje wantrouwig wordt; maar aan de andere kant, waarom zou een politicus ook niet goed kunnen schrijven? Obama kan in ieder geval denken en spreken, en schrijven doet hij kennelijk graag. Al wijst alles erop dat er de komende jaren geen nieuwe titels meer van hem verschijnen — ik verheug me nu al op het vervolg van over tien jaar.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …