Doorgaan naar hoofdcontent

Elsa Morante. History: A Novel. London: Penguin Books, 2001. (La Storia, 1974)

Vertaling: William Weaver.

Elsa Morante. History Volgens een citaat op het omslag is dit 'een van de weinige romans in enige taal die de totale verschrikking van Hitlers oorlog weergeeft.' Dat lijkt op het eerste gezicht vreemd, bijvoorbeeld omdat 300 van de 750 pagina's zich afspelen in de jaren 1946 en 1947, of omdat het slechts gaat om een handjevol personen van wie niemand ooit een concentratiekamp van binnen ziet.

Maar de achterflap heeft gelijk. Juist door de doorwerking van die afschuwelijke oorlog te laten zien in de levens van een paar arme drommels, juist ook in de doorwerking van de jaren dat de oorlog voor de Grote Geschiedenis is afgelopen.

Want dat is een van de duidelijke thema's van La Storia, de onbewuste, gruwelijke, alles verterende kracht van de geschiedenis die maar doordendert en het leven van de mens onverschillig vermorzelt.

We zien dat aan de hand van het leven van een vrouw, die toevallig joods blijkt te zijn — zonder Hitler had Ida dat waarschijnlijk nooit geweten — en haar kinderen, één van haar Italiaanse man, en één van een jonge Duitse soldaat-verkrachter, en het gaat over een aantal mensen met wie ze in aanraking komt, in het bijzonder de joodse jongeman Davide. Ida is van iedereen uiteindelijk de enige die de oorlog overleeft, al is dat vanaf 1947 tot haar dood in een staat van totale apathie, bewegingsloos op een stoel in een gekkenhuis.

Het verpletterende aan dit boek is misschien wel dat de verkrachter helemaal niet zo'n slechte jongen is. En dat het allerergste dat Davide overkomt is dat hij tijdens de oorlog in woede met een laars het hoofd van een SS'er vertrapt — een SS'er die daarbij zachtjes weent. Het allerergste aan de Geschiedenis — de delen van dit boek hebben de namen van jaren, en ieder deel wordt ingeleid met een zakelijke opsomming van gebeurtenissen in de grote wereld, de geschiedenis die op de achtergrond almaar voortwoekert &mdash is misschien wel dat ze ons kan veranderen in monsters.

Wat een ontstellend boek, zo vol dood en tegelijertijd zo vol leven en levenslust. De geschiedenis verscheurt en vertrapt ons, en tegelijkertijd is er voor altijd dit boek, waarin een klein jongetje in een hut een kostbare schat vindt: een munt van de Giro d'Italia.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …