17.10.09

Samuel Beckett. Malone Dies. New York: Grove Press, 1980 (1956).

Samuel Beckett. Molloy. Malone Dies. The Unnamable

Vertaling: Samuel Beckett

Malone gaat dood, hij ligt in een bed en wordt misschien verzorgd, soms wordt hem eten aangereikt en soms wordt zijn po geleegd. Hij ziet zijn bewakers of verzorgers niet en hij kan zijn bed niet uit. Soms roert hij met zijn stok in zijn schamele bezittingen, soms haalt hij wat persoonlijke herinneringen op (tussen neus en lippen vertelt hij dat hij vijf mensen vermoord heeft maar wie dat waren of waarom ze dood moesten, vermeldt hij niet) en verder belooft hij verhalen te vertellen: die verhalen zouden gaan over een vrouw, over een man, over een dier en over een steen, maar als ik het goed begrijp komt het alleen min of meer van het verhaal over die man, die aanvankelijk Sapo heet totdat Malone beseft dat Sapo een nare naam is; vanaf dan heet hij Macmann.

Macmann begint gaandeweg steeds meer op Malone te lijken, althans hij eindigt ook oud en eenzaam in een bed en krijgt een eigenaardige relatie met een verzorger die hem zijn schrijfpotlood wil afnemen en met een steen (!) allerlei mensen doodslaat.
Ook Molloy en Moran, uit Beckett's eerdere roman Molloy, hebben er iets mee te maken, al weet ik niet wat. Net als bij dat eerdere boek is het onmogelijk om Malone sterft samen te vatten zonder de indruk te wekken dat de schrijver en zijn lezers volkomen krankjorum moeten zijn.

Ik moet toegeven dat ik af en toe de draad een beetje kwijt was — maar het recept is doorlezen, je laten meeslepen en geen antwoord proberen te vinden op vragen als: hoe komt het dat er in Becketts gezinnen altijd zo'n enorm wantrouwen heerst over materiële zaken? (De vader van Sapo wil zijn zoon geen pen geven omdat die toch maar zoekraakt of stuk gaat. Zo dacht Malone ook over zijn zoon.) Waarom begint iedereens naam met een M? En wat moet dat met al dat verzamelen van armetierige bezittingen?

Geen opmerkingen: