Doorgaan naar hoofdcontent

Samuel Beckett. Molloy. New York: Grove Press, 1980 (1955).

Samuel Beckett. Molloy. Malone Dies. The Unnamable
Vertaling: Patrick Bowles en Samuel Beckett
Molloy strompelde ooit door de wereld op zijn krukken, maar zit nu gevangen in het huis van zijn moeder, waar hij verslag uitbrengt aan een onbekende die zijn papieren komt ophalen en van aantekeningen en/of correcties voorziet. Moran wordt door een boodschapper van zijn opdrachtgever opgeroepen om Molloy te zoeken en hij trekt er samen met zijn zoon op uit om dat te doen. Natuurlijk moet hij zijn zoon, die net als hijzelf Jacques heet, af en toe mores leren, maar op een dag laat Jacques hem in de steek, terwijl hij nauwelijks nog kan lopen, zelfs niet op zijn krukken. Hij brengt verslag uit aan zijn onbekende opdrachtgever.
Samuels Beckett was volgens de literatuurhistorici de laatste modernist. Molloy is de eerste van drie romans die hij in de jaren vijftig schreef en die samen met enkele toneelstukken als Wachten op Godot de basis legden voor zijn roem.

De samenvatting die ik hierboven geef, klinkt vast heel afschrikwekkend, net als de mededeling over het modernisme. Toch is Molloy helemaal niet onleesbaar, zolang je het maar niet probeert te begrijpen. Ik lees dat er onderzoekers zijn die hebben beweerd dat Molloy en Moran dezelfde persoon zijn, of dat de een de opdrachtgever is van de ander. Die analyses wil ik wel eens lezen, maar op voorhand lijken ze me op de verkeerde weg.

Ik heb Molloy vooral over me heen laten komen, met alle paralellen, vreemde wendingen en verwarrende mededelingen. En dan valt er ook te lachen, bijvoorbeeld over Molloy die kiezels verzamelt om op te zuigen en een ingenieus systeem bedenkt om die kiezels zon zijn zakken op te bergen dat hij de kans dat hij vlak na elkaar op dezelfde kiezel zuigt, minimaliseert. Ook deze samenvatting klinkt misschien weer afschrikwekkend, maar geloof me: dat komt doordat je Molloy niet moet samenvatten.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …