Doorgaan naar hoofdcontent

Niccolo Ammanitì. Ti prendo e ti porto via. Milano: Mondadori (1999)

Niccolo Ammaniti. Ti prendo e ti porto via Ik was begonnen in de vertaling, maar zag na een paar bladzijden in dat dit weleens mijn eerste boek in het Italiaans kon worden. De taal is niet zo ingewikkeld, en de schrijfstijl kolkt als een waterval zodat je vanzelf wordt meegesleurd: weer een vreselijke scene van vernedering of zelfvernedering tegemoet.

Er zijn twee grotere liefdesverhalen in dit boek: die van de eeuwige loser het jongetje Pietro en zijn rijkere en populairdere vriendinnetje Gloria, en die van de playboy Graziano voor de teruggetrokken schooljuf Flora. Die verhalen spiegelen in elkaar en lopen allebei over van verraad.

Ti prendi e ti porto via (Ik haal je op en neem je mee) gaat over een onderwerp waarover niet veel boeken geschreven zijn: de psychologie van het ontfermen. Graziano ontfermt zich over Flora, in eerste instantie misschien zoals hij zich over honderden vrouwen heeft ontfermd, maar uiteindelijk (en als het te laat is) vol overgave. De familie van Gloria ontfermt zich over Pietro, net zoals juf Flora dat op school lijkt te doen, en net als Graziano dat doet als hij ziet dat Pietro langs de kant van de weg in elkaar geslagen wordt. Enzovoort, enzovoort: bijna iedere relatie in dit boek bestaat er bij nadere analyse uit dat de een zich over de ander ontfermd. Uiteindelijk blijkt dat jongetje over wie iedereen zich ontfermde in staat tot doodslag en verraad.

Hoeveel egoïsme en hoeveel neerbuigendheid zit er in dat altrïsme? Hoeveel zorg eist iemand die een ander verzorgt? En is het waar dat beloften er zijn om verbroken te worden, zoals juf Flora uiteindelijk in haar wanhoop roept? Heel vrolijk over de menselijke verhoudingen word je niet van Ammaniti. Maar je houdt je adem in.

Reacties

Populaire posts van deze blog

A.F.Th. van der Heijden. Advocaat van de hanen. Querido, 2014 (1990).

Omdat ik deze zomer intensief Van der Heijdens feuilleton President Tsaar op Obama Beach volgde, las ik parallel daaraan ook sommig ouder werk terug: vaak slechts voor een deel, omdat ik me iets herinnerde bij het lezen van het feuilleton, maar sommige boeken heb ik uiteindelijk voor een zo groot deel nagelezen dat ze uiteindelijk ook wel in dit logboekje terecht zullen komen.

Advocaat van de hanen is waarschijnlijk Van der Heijdens meestgelezen boek, omdat het relatief zelfstandig staat van de rest van de cyclus én omdat het ongeveer de structuur heeft van een thriller. Het is allemaal relatief: er wordt eigenlijk onderhuids behoorlijk veel verwezen naar de rest van Van der Heijdens werk, en voor een thriller is het nu ook weer niet zo heel spannend. Hoe de betrokkenheid van Ernst Quispel bij de moord op Kiliaan Noppen precies is, is weliswaar in het begin niet heel erg duidelijk, maar ook geen groot mysterie; en de onthulling van wie nu precies de echte moordenaar is, komt als een so…

Remco Campert. Compact. Amsterdam: Van Oorschot, 2016.

Nu Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt en Margo Minco aan de beurt waren geweest, mocht Remco Campert niet ontbreken in de serie Gedundrukt van Van Oorschot, waarin ieder jaar kennelijk een 'meester van de korte baan' wordt geëerd.

Helaas is de selectie, op verzoek van Campert gemaakt door zijn biograaf Mirjam van Hengel, nogal braaf uitgevallen. In de drie afdelingen, met gedichten, verhalen en columns, overheerst een licht melancholische toon en wordt vooral veel autobiografisch of quasi-autobiografisch teruggekeken op des schrijvers jonge jaren. (Althans, er gaat nogal veel over die jonge jaren. In technische zin wordt er natuurlijk niet altijd teruggekeken, omdat sommig werk in die jonge jaren geschreven is.) Er zijn verhaaltjes en gedichtjes over de kindertijd, over de jonge jaren, als jonge student.

Misschien is het omdat Van Hengel met haar onderzoek voor haar eigen boek vooral die periode heeft afgedekt en dus dat deel van het oeuvre goed kent, maar mij ging het op ze…

Leïla Slimani. Chanson douce. Paris: Gallimard, 2015

Gaan Parijse romans de afgelopen decennia inderdaad allemaal over eenzaamheid? Over mensen die verloren lopen in de grote stad? Die langzaam maar zeker in hun eigen wereldje geraken, omringd door miljoenen anderen?

Dan heeft Leïla Slimani dé Franse roman geschreven, een van de mooiste die er in ieder geval in de afgelopen tijd verschenen is. Chanson douce begint met de gevolgen van een vreselijke moordpartij, waarna de spanning zich in 200 pagina's gaandeweg opbouwt. We volgen een echtpaar, Myriam en Paul, die een kinderjuffrouw in dienst nemen als Myriam aan haar juridische carrière wil bouwen. De kinderjuffrouw (of oppas, hoe noem je dat, nounou), Louise, blijkt perfect: ze maakt het huis perfect schoon en de kinderen zijn dol op haar. Myriam en Paul nemen haar zelfs mee op vakantie, naar Griekenland.

Het zijn de ingrediënten voor een horrorverhaal, zij het dat de ware horror meteen komt. Ik neem ook aan dat je hier een succesvolle film van kunt maken, want er gebeurt van alles …