Doorgaan naar hoofdcontent

Jan Weiler. Maria, ihm schmeckt's nicht. De Hörverlag, 2009 (2003).

Jan Weiler. Maria, ihm schmeckt's nicht De hoofdpersoon van Jan Weilers succesvolle roman Maria, ihm schmeckt's nicht is getrouwd met een vrouw van wie de vader uit Molise komt. Ik heb persoonlijke redenen waarom ik zo'n boek graag lees — in het afgelopen half jaar ben ik regelmatig te gast ben geweest in Abruzzo, de regio die in het noorden aan Molise grenst.

Ik lees niet vaak om mezelf te herkennen in een boek, maar soms is het prettig om verhalen te horen die lijken op je eigen belevenissen. Verhalen over het kerstfeest dat gevuld wordt met kaartspelletjes waarbij alleen centen worden ingezet en niet te vergeten tombola! Verhalen over hoe om te gaan met de eindeloze borden voedsel die maar worden opgeschept (en als je echt niet meer weet waar je het laten moet wordt er geroepen: Maria, hij lust het niet!. Verhalen over hoe je als je iets verkeerd zegt, je altijd net een obsceen woord blijkt te zeggen.

Er moeten nog andere redenen zijn om dit boek te lezen, want het was in Duitsland een paar jaar geleden een ware bestseller en is bovendien vorig jaar verfilmd. Het heeft denk ik voor een deel de charme van het amusante exotische — de noordeling die met ironie kijkt naar de opera die de Italianen in zijn ogen van het leven maken. Weiler schrijft bovendien buitengewoon onderhoudend en snel — en leest bovendien op de luisterversie heel prettig voor, waarbij hij zijn schoonvader de Italiaanse gastarbeider heel goed nadoet.

Want over die schoonvader, Antonio Marcipani ('Andó') gaat het in dit boek. Zijn levensverhaal wordt verteld en zijn filosofieën worden breed uitgemeten. Hij is het waard, want Marcipani is zonder twijfel een kleurrijke figuur, met zijn eigen levenswijsheid, en tegelijkertijd werkt het een beetje vreemd. Waarom Jan ooit met Antonio's dochter heeft willen trouwen kom je eigenlijk niet te weten, over die dochter weet je niets. Ook over Jan leer je eigenlijk niets, hij is een wat onhandige en tegelijkertijd wat ironische figuur, maar wat hem verder beweegt, weet je niet. Antonio's vrouw en Sara's moeder Ursula komt al helemaal niet aan het woord — terwijl het toch interessant zou kunnen zijn om te weten wat een Duitse vrouw die al heel lang met een Italiaan getrouwd is nu nog denkt over al die ontdekkingen die Jan doet.

Ik heb nu twee boeken van Weiler achter elkaar gelezen (het andere was Drachensaat) Ze waren heel verschillend maar ook allebei zeer onderhoudend, al zijn er ook wat manco's (vrouwen zijn er eigenlijk niet in Weilers wereld, en hoewel hij de verhalen van eenlingen boeiend weet te vertellen kan hij niet geloofwaardige echte interactie tussen mensen tot stand brengen). Hij is een echte zomerauteur om onder een olijfboom ergens in Zuid-Italië te lezen.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …