Doorgaan naar hoofdcontent

Jan Weiler. Drachensaat. Reinbek: Rowohlt, 2010 (2008)

Jan Weiler. Drachensaat Vijf mensen die allemaal aan de rand van de samenleving hebben verkeerd en daar een daad hebben gepleegd die hen op de voorpagina van Bild heeft gebracht — een alcoholist die zich in Bayreuth voor zijn hoofd heeft proberen schieten, een postbode die jarenlang de post die hij niet durfde bezorgen in zijn huis heeft opgespaard, een man die negen jaar met het gemummuiceerde lijk van zijn moeder heeft samengewoond, enz. — worden door een psychiater bijeengebracht in een privé-kliniek. Hij heeft een syndroom ontdekt, dat hij naar zichzelf genoemd, heeft, het Syndroom van Zens. Mensen die niet tegen het grote maatschappelijke onrecht kunnen, dat het ware geluk alleen is voorbehouden aan een kleine groep geprivilegieerde industriëlen leiden aan dat syndroom. Uiteindelijk loopt het uit de hand: de vijf sluiten hun psychiater op en nemen wraak op de onrechtvaardige samenleving.

Drachensaat is een keiharde satire, over een samenleving waarin het leven van het individu wordt vermalen tot tv-amusement. Alle leed heeft een doel: reclametijd verkopen voor heel veel euro's. Het is een grappig boek, en tegelijkertijd een schokkend boek. Over de vernietigende macht van de tv heb ik dit jaar al twee andere romans gelezen — Via Cappello 23 van Christiaan Weijts en Ruhm van Daniel Kehlmann. Wat mij betreft snijdt Drachensaat dieper dan die andere twee. Het boek leest als een trein en bevat prachtige, speelse, passages, maar voelt veel minder aan als een spel. Weiler is echt kwaad.

Een van de dingen die het boek zo hard maakt, is ook de totale eenzaamheid van alle hoofdpersonen. Iedereen staat op zichzelf en interacteert eigenlijk nauwelijks met de anderen. Zelfs al trekken de vijf samen op om hun noodkreet te slaken, dan blijven ze nog moederziel alleen.

Dit boek was een onverwachte ontdekking. R. belde van het vliegveld van Berlijn omdat ze een cadeautje voor me wilde kopen in het boekwinkeltje. Ze noemde een paar titels en auteursnamen, die ik snel googelde, en dit kwam eruit. Ik had eerder nog nooit van Jan Weiler gehoord, maar dat komt omdat ik niet genoeg op de hoogte ben van de moderne Duitse literatuur. Zijn debuut, Maria, ihm schmeckt es nicht! was het grootste verkoopsucces onder de Duitse debuten van de afgelopen twintig jaar. Dat moet ik ook ooit gaan lezen, al is het maar omdat het over een Duitse generatiegenoot van mij gaat die met een Italiaanse vrouw trouwt.

Twee miljoen Duitsers gingen me al voor, maar ik heb een schrijver ontdekt!

Reacties

Populaire posts van deze blog

Willem Frederik Hermans. Het behouden huis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012 (1952).

Het behouden huis: het is oorlog, het is al heel lang oorlog, het is doodschieten of doodgeschoten worden. Dat alles is al meteen duidelijk vanaf de eerste bladzijde van deze roemruchte novelle van Willem Frederik Hermans. En zoals de dingen gaan: ik geloof dat ik alles gelezen heb van deze beroemde schrijver, maar deze beroemde novelle, misschien wel het beroemdste wat hij schreef, nou net niet.

Het is een aangrijpend verhaal, een verhaal dat je beklemt doordat het je ertoe verleidt net zo opportunistisch te denken als de soldaat die de hoofdpersoon is. Heel lang kun je dat voor jezelf verantwoorden doordat die soldaat duidelijk aan de goede kant is: hij heeft immers aan het begin van het verhaal al meteen een hele serie vluchtende Duitsers doodgeschoten. Aan het einde van het verhaal zijn de rollen omgedraaid en blijkt hij – blijk jij, blijk ik – medeplichtig aan gruwelijker misdaden dan de Duitsers in het verhaal begaan.

Wikipedia denkt op gezag van allerlei vooraanstaande critici d…

Aafke Romeijn. Concept M. Amsterdam: Arbeiderspers, 2018.

Hava leeft in een wereld die de onze is, maar dan nét een beetje verschoven. Het is geen 2018, maar 2020 en bovendien zijn er sinds de jaren 90 hier in Nederland een paar dingen net een beetje anders gelopen. Een politieke partij heeft bijna de absolute macht gekregen en een ziekte houdt het land ook al tijden in de greep: kleurloosheid. Er worden steeds meer kinderen geboren die lijden aan die ziekte, die de samenleving handen vol geld kost, omdat de kleurlozen voortdurend een heel duur kleurmiddel nodig hebben. Radicaal-rechtse jongeren willen daarom af van al die kleurlozen, die de samenleving ontwrichten.

Hava is één van hen én ze is zelf kleurloos.

Bij zo'n het-had-ook-zo-kunnen-gaan-verhaal doet zich altijd de vraag voor: waarom vertelt iemand dit? Waarom spiegelt iemand ons een wereld voor die lijkt op de onze, maar die net een beetje anders is? Waarom geen ongebreidelde fantasie, of juist een realistisch beeld, maar iets ertussen in? Je kunt het bijna niet lezen zonder au…

Pieter A.M. Seuren. Chomsky's Minimalism. Oxford: OUP, 2004.

Noam Chomsky, dat weet iedereen, is al decennialang een centrale figuur in de taalwetenschap. In het bijzonder de leer van de zinsbouw, de syntaxis, heeft hij heel belangrijk gemaakt en nog steeds is het binnen die syntaxis zo dat iedereen naar Chomsky kijkt: sommigen vol bewondering en anderen vol afschuw, maar iedereen kijkt. Iemand die zo vol afschuw kijkt is Pieter Seuren, inmiddels alweer geruimte tijd emeritus hoogleraar in Nijmegen. In 2004 schreef hij een soort pamflet tegen Chomsky en de laatste versie van diens theorie, het zogenoemde minimalisme. Seuren laat geen spaan heel van dat minimalisme van Chomsky: de theorie zit volkomen onlogisch in elkaar, vanuit wetenschapsfilosofisch oogpunt bekeken is het een warboel, er bestaan geen feiten die deze theorie wel kan verklaren maar andere niet, terwijl omgekeerd andere theorieën wel allerlei feiten kunnen verklaren waar het minimalisme niets mee kan, enz. Maar bovenal is het boek een persoonlijke aanval op Chomsky: de man is …